Ad van Pelt
Skip Navigation Links essen - ianolessen - chumanns muzikale leefregels

Muzikale huis- en leefregels / Musikalische Haus und Lebensregeln van Robert Schumann.

Hij publiceerde ze als bijlage bij zijn "Album für die Jugend" (opus 68).
De raadgevingen van Schumann komen soms misschien wat ouderwets over.
Lees ze echter grondig door, ze bevatten veel goeds.

De regels staan eerst in mijn Nederlandse vertaling
daarnaast ook in de originele Duitse tekst van Schumann. 
Robert Schumann c. 1838
1. De oefening van het gehoor is het belangrijkste. Span je in om reeds vroegtijdig tonen en toonsoorten te herkennen. Een klok, het raam, een koekoeksklok, zoek uit welke toon ze aangeven.
2. Speel ijverig toonladders en andere vingeroefeningen. Velen denken daarmee alles te bereiken en tot op rijpe leeftijd spenderen ze dagelijks vele uren met "mechanische" oefeningen. Dat is ongeveer vergelijkbaar met iemand die elk dag oefent om het A-B-C steeds maar vlugger op te zeggen. Je kunt je tijd wel beter gebruiken.
3. Men heeft zogenaamde "stille klavieren" (= klavieren waar geen tonen uit komen) uitgevonden; probeer ze een tijdje uit, je zult merken dat ze tot niets deugen.
4. Speel in de maat! Het spel van menig virtuoos pianist is vergelijkbaar met de gang van een dronkaard. Neem dat niet als voorbeeld.
5. Leer vroegtijdig de grondregels van de harmonieleer. 
1. Die Bildung des Gehörs ist das Wichtigste. Bemühe dich frühzeitig, Tonart und Ton zu erkennen. Die Glocke, die Fensterscheibe, Der Kukuck - forsche nach, welche Töne sie geben.
2. Du sollst Tonleitern und andere Fingerübungen fleißig spielen. Es giebt aber viele Leute, die meinen, damit Alles zu erreichen, die bis in ihr hohes Alter täglich viele Stunden mit mechanischem Ueben hinbringen. Das ist ungefähr ebenso, als bemühe man sich täglich das A-B-C möglichst schnell und immer schneller auszusprechen. Wende die Zeit besser an.
3. Man hat sogenannte "stumme Claviaturen" erfunden; versuche sie eine Weile lang, um zu sehen, daß sie zu nichts taugen. Von Stummen kann man nicht sprechen lernen.
4. Spiele im Takte! Das Spiel mancher Virtuosen ist wie der Gang eines Betrunkenen. Solche nimm dir nicht zum Meister. 
5. Lerne frühzeitig die Grundgesetze der Harmonie.
6. Schrik niet terug voor de woorden: Theorie, Basso Continuo, Contrapunt, enzovoorts; ze komen je vriendelijk tegemoet, wanneer je ze beoefent.
7. Speel niet gedachteloos. Wees altijd oplettend als je speelt en stop nooit halverwege.
8. Slepen en haasten zijn twee even grote fouten.
9. Span je in om eenvoudige stukken goed en mooi te spelen. Dat is beter dan moeilijke stukken middelmatig uit te voeren.
10. Je moet steeds spelen op een zuiver gestemd instrument.
6. Fürchte dich nicht vor den Worten: Theorie, Generalbaß, Contrapunkt etc.; sie kommen dir freundlich entgegen, wenn du dasselbe thust.
7. Klimpere nie! Spiele immer frisch zu, und nie ein Stück halb!
8. Schleppen und eilen sind gleich große Fehler.
9. Bemühe dich, leichte Stücke gut und schön zu spielen; es ist besser, als schwere mittelmäßig vorzutragen.
10. Du hast immer auf ein rein gestimmtes Instrument zu halten. 
11. De stukken moeten niet alleen "in je vingers" zitten: je moet ze ook zonder klavier kunnen inbeelden. Scherp je muzikale voorstellingsvermogen zodanig, dat je niet alleen de melodie van een werk, maar ook de daarbij behorende harmonie in je gedachten kan vasthouden.
12. Probeer, ook als je maar weinig stem hebt, zonder hulp van je instrument van blad te zingen; de scherpte van je gehoor zal daardoor steeds verder toenemen.
Heb je echter een goede stem, verzuim dan geen ogenblik om die verder te ontwikkelen, beschouw het als de mooiste Hemelse gave die je mocht ontvangen.
13. Je moet het zover brengen, dat je een muziekstuk op papier kunt begrijpen.
14. Bekommer je er niet om wie naar je luistert, terwijl je aan het spelen bent.
15. Speel altijd alsof een meester naar je luistert.
11. Nicht allein mit den Fingern mußt du deine Stückchen können, du mußt sie dir auch ohne Clavier vorträllern können. Schärfe deine Einbildungskraft so, daß du nicht allein die Melodie einer Composition, sondern auch die dazu gehörige Harmonie im Gedächtniss festzuhalten vermagst.  
12. Bemühe dich, und wenn du auch nur wenig Stimme hast, ohne Hülfe des Instrumentes vom Blatt zu singen; die Schärfe deines Gehörs wird dadurch immer zunehmen. Hast du aber eine klangvolle Stimme, so säume keinen Augenblick sie auszubilden, betrachte es als das schönste Geschenk, das dir der Himmel verliehen!
13. Du mußt es soweit bringen, daß du eine Musik auf dem Papier verstehst.
14. Wenn du spielst, kümmere dich nicht darum, wer dir zuhört.
15. Spiele immer, als hörte ein Meister zu.
16. Legt iemand je een compositie voor de eerste keer voor, met de vraag om die te spelen, lees het eerst goed door.
17. Heb je je muzikale werk voor deze dag afgerond en voel je je vermoeid, span je dan niet langer in. Het is beter om te rusten, dan om zonder vreugde en enthousiasme verder te gaan.
18. Speel, als je wat ouder wordt, geen stukken die "in de mode" zijn. De tijd is immers kostbaar. Men zou honderd mensenlevens moeten hebben, wanneer men al het goede wat er is, zou willen leren kennen.
19. Met zoetigheid, gebakjes en snoepgoed kan men kinderen niet tot gezonde mensen doen opgroeien. Voor de geest en het lichaam moet de kost eenvoudig en krachtig zijn. De grote componisten hebben daar ruimschoots voor gezorgd: houd je daaraan.
20. Holle virtuositeit verliest snel zijn waarde; alleen vingervlugheid die ten dienste staat van het gehoor, heeft ze waarde.
16. Legt dir Jemand eine Composition zum erstenmal vor, daß du sie spielen sollst, so überlies sie erst.
17. Hast du dein musikalisches Tagewerk gethan und fühlst dich ermüdet, so strenge dich nicht zu weiterer Arbeit an. Besser rasten, als ohne Lust und Frische arbeiten.
18. Spiele, wenn du älter wirst, nichts Modisches. Die Zeit is kostbar. Man müßte hundert Menschenleben haben, wenn man nur alles Gute, was da ist, kennen lernen wollte.
19. Mit Süßigkeit, Back- und Zuckerwerk zieht man keine Kinder zu gesunden Menschen. Wie die leibliche, so muß die geistige Kost einfach und kräftig sein. Die Meister haben hinlänglich für die letztere gesorgt; haltet euch an diese.
20. Aller Passagenkram ändert sich mit der Zeit; nur, wo die Fertigkeit hören Zwecken dient, hat sie Werth.
21. Verspreid geen slechte muziek: doe juist je best om het verspreiden van deze muziek zoveel als je kunt te onderdrukken.
22. Speel geen slechte composities, luister er ook niet naar, tenzij je gedwongen wordt om het aan te horen.
23. Zoek het niet in de virtuositeit, de zogenaamde "bravoure".
Tracht met een muziekstuk de indruk te wekken die de componist in gedachten had; meer moet je niet verlangen; wat over die grens gaat, is als een karikatuur.
24. Beschouw het als iets afschuwelijks, in de werken van goede toondichters iets te veranderen, weg te laten of aan de nieuwe smaak aan te passen. Dit is de grootste smaad die je de kunst kan aandoen.
25. Wat betreft de stukken die je moet gaan studeren, vraag het aan ouderen; daardoor bespaar je veel tijd.
21. Schlechte Compositionen mußt du nicht verbreiten, im Gegentheil sie mit aller Kraft unterdrücken helfen.
22. Du sollst schlechte Compositionen weder spielen, noch, wenn du nicht dazu gezwungen bist, sie anhören.
23. Such' es nie in der Fertigkeit, der sogenannten Bravour.
Suche mit einer Composition den Eindruck hervorzubringen, den der Componist im Sinne hatte; mehr soll man nicht; was darüber ist, ist Zerrbild.
24. Betrachte es als etwas Abscheuliches, in Stücken guter Tonsetzer etwas zu ändern, wegzulassen, oder gar neumodische Verzierungen anzubringen. Dies ist die größte Schmach, die du der Kunst anthust.
25. Wegen der Wahl im studium deiner Stücke befrage Aeltere; du ersparst dir dadurch viel Zeit.
26. Je moet langzamerhand alle belangrijkere werken van alle grote meesters leren kennen.
27. Laat je niet van de wijs brengen door het applaus dat zogenaamde grote virtuozen vaak ontvangen. De waardering van kunstenaars heeft meer waarde voor je, dan die van de grote massa.
28. Al het modieuze wordt weer ouderwets, en als je het tot op hoge leeftijd navolgt, dan maakt het je tot een onnozele, waar niemand acht op slaat.
29. Veel spelen in gezelschappen brengt meer schade dan enig nut. Zie de mensen aan; maar speel nooit iets waarvoor je je van binnen moet schamen.
30. Sla geen enkele mogelijkheid over om met anderen te musiceren in duo's, trio's, enzovoorts. Dat maakt je spel vloeiend en zwierig. Begeleidt ook vaak zangers.
26. Du mußt nach und nach alle bedeutendere Werke aller bedeutenden Meister kennen lernen.
27. Laß dich durch den Beifall, den sogenannte große Virtuosen oft erringen, nicht irre machen. Der Beifall der Künstler sei dir mehr werth, als der des großen Haufens.
28. Alles Modische wird wieder unmodisch, und treibst du's bis in das Alter, so wirst du ein Geck, den Niemand achtet.
29. Viel Spielen in Gesellschaften bring mehr Schaden, als Nutzen. Sieh dir die Leute an; aber -
spiele nie etwas dessen du dich in deinem Innern zu schämen hast.
30. Versäume aber keine Gelegenheit, wo du mit Anderen zusammen musizieren kannst, in Duo's, Trio's, etc. Dies macht dein Spiel fließend, schwungvoll. Auch Sängeren accompagnire oft.
31. Als iedereen de eerste viool wilde spelen, zouden we geen orkest kunnen vormen. Heb om die reden achting voor iedere musicus op zijn eigen plaats.
32. Hou van je instrument, wees echter niet zo ijdel dat het het beste en enige instrument is. Bedenk, dat er nog meer instrumenten zijn die even mooi zijn. Bedenk ook, dat er zangers zijn en dat in koor en orkest het hoogste van de muziek tot uitdrukking komt.
33. Als je groter wordt, verkeer dan meer met partituren dan met virtuozen.
34. Speel ijverig de werken van grote meesters, vooral van Joh. Seb. Bach. Het "Wohltemperierte Clavier" is in zekere zin uw dagelijks brood. Daardoor word je zeker een deugdig musicus.
35. Zoek onder je vrienden vooral degenen die meer weten dan jij.
31. Wenn Alle erste Violine spielen wollten, würden wir kein Orchester zusammen bekommen. Achte daher jeden Musiker an seiner Stelle.
32. Liebe dein Instrument, halte es aber nicht in Eitelkeit für das höchste und einzige. Bedenke, daß es noch andere und eben so schöne giebt. Bedenke auch, daß es Sänger giebt, daß im Chor und Orchester das Höchste der Musik zur Aussprache kommt.
33. Wenn du größer wirst, verkehre mehr mit Partituren als mit Virtuosen.
34. Spiele fleißig Fugen guter Meister, vor Allen von Joh. Seb. Bach. Das "wohltemperirte Clavier" sei dein täglig Brod. Dann wirst du gewiß ein tüchtiger Musiker.
35. Suche unter deinen Kameraden die auf, die mehr als du wissen.
36. Rust van je muziekstudie uit door poëzie te lezen. Ga dikwijls wandelen in de natuur.
37. Je kunt veel leren van zangers en zangeressen, maar neem niet alles wat ze je zeggen aan.
38. Achter de bergen wonen ook mensen. Weest bescheiden, je hebt nog niets uitgevonden en uitgedacht, wat niet door anderen voor je reeds is bedacht en uitgevonden. En al zou je het hebben, beschouw het dan als een geschenk van Boven, dat je met anderen mag delen.
39. De studie van de muziekgeschiedenis en het actief beluisteren van de meesterwerken der verschillende eeuwen, zal je snel genezen van eigendunk en ijdelheid.
40. Een mooi boek over muziek is "Über Reinheit der Tonkunst" (1825) van Thibaut. Lees het vaak, wanneer je ouder wordt.
36. Von deinem musikalischen Studien erhole dich fleißig durch Dichterlectüre. Ergehe dich oft im Freien.
37. Von Sängern und Sängerinnen läßt sich manches lernen, doch glaube ihnen auch nicht alles.
38. Hinter den Bergen wohnen auch Leute. Sei bescheiden, du hast noch nichts erfunden und gedacht, was nicht Andere vor dir schon gedacht und erfunden. Und hättest du's, so betrachte es als ein Geschenk von Oben, das du mit Anderen zu theilen hast.
39. Das Studium der Geschichte der Musik, unterstützt vom lebendigen Hören der Meisterwerke der verschiedenen Epochen, wird dich am schnellsten von Eigendünkel und Eitelkeit curiren.
40. Ein schönes Buch über Musik ist das: "Ueber Reinheit der Tonkunst" von Thibaut. Lies es oft, wenn du älter wirst.
41. Als je langs een kerk loopt en je hoort daarin het orgel spelen, ga dan naar binnen en luister. Als je geluk hebt dat je toestemming krijgt om zelf plaats te nemen op de orgelbank, zet je kleine vingers op de toetsen en verbaas je door deze machtige kracht van de muziek.
42. Sla geen mogelijkheid om op een orgel te studeren over. Geen ander instrument straft zo duidelijk saai spel en ook slechte composities af als het orgel.
43. Zing regelmatig mee in het koor, in het bijzonder in de middenstemmen. Dat zal je muzikaal maken.
44. Maar wat betekent muzikaal zijn? Je bent het niet als je je ogen angstig op de noten moet vestigen en een stuk met moeite kan volbrengen. Je bent het ook niet als je meteen blijft steken als iemand twee bladzijden in plaats van één blad omslaat. Je bent wel muzikaal als je in een nieuw stuk ongeveer vermoed en in een bekend stuk uit je hoofd weet, wat er gaat komen. Met andere woorden: als de muziek niet alleen in je vingers zit, maar ook in je hoofd en in je hart.
45. Maar hoe word je muzikaal? Goed kind, de hoofdzaak, een scherp gehoor, een snel overzicht, dat komt in alle dingen van Boven. Je kunt de aanleg daarvan gelukkig wel vormen en verbeteren. Je wordt het, niet wanneer je je dagenlang opsluit in eenzaamheid terwijl je je etudes speelt. Je wordt muzikaal wanneer je je ophoudt in een levendig, veelzijdig-muzikaal verkeer en wel daardoor, dat je veel aanwezig bent bij uitvoeringen van koor en orkest.
41. Gehst du an einer Kirche vorbei und hörst Orgel darin spielen, so gehe hinein und höre zu. Wird es dir gar so wohl, dich selbst auf die Orgelbank setzen zu dürfen, so versuche deine kleine Finger und staune vor dieser Allgewalt der Musik.
42. Versäume keine Gelegenheit, dich auf der Orgel zu üben; es giebt kein Instrument, das am Unreinen und Unsauberen im Tonsatz wie im Spiel alsogleich Rache nähme als die Orgel.
43. Singe fleißig im Chor mit, namentlich Mittelstimmen. Dies macht dich musikalisch.
44. Was heißt denn aber musikalisch sein? Du bist es nicht, wenn du die Augen ängstlich auf die Noten gerichtet, dein Stück mühsam zu Ende spielst; du bist es nicht, wenn du (es wendet dir Jemand etwat zwei Seiten auf einmal um), stecken bleibst und nicht fortkannst. Du bist es aber, wenn du bei einem neuem Stück das, was kommt, ohngefähre ahnest, bei einem dir bekannten, auswendig weißt, - mit einem Worte, wenn du Musik nicht allen in den Fingern, sondern im Kopf und Herzen hast.
45. Wie wird man aber musikalisch? Liebes Kind, die Hauptsache, ein scharfes Ohr, schnelle Auffassungskraft, kommt wie in allen Dingen von Oben. Aber es läßt sich die Anlage bilden und erhöhen. Du wirst es, nicht dadurch daß du dich einsiedlerisch tagelang absperrst, und mechanische Studien treibst, sondern dadurch, daß du dich in lebendigem, vielseitig-musikalischem Verkehr erhältst, namentlich dadurch, daß du viel mit Chor und Orchester verkehrst.
46. Maak je met de omvang van de menselijke stem in de vier liggingen vroegtijdig eigen; luister in het bijzonder naar koren, zoek uit in welke intervallen de grootste kracht ligt, welke andere intervallen geschikt zijn voor zachte en milde toepassing.
47. Luister aandachtig naar alle volksliederen; ze zijn een bron van de mooiste melodieën en ze bieden je inzage in het karakter van de verschillende volkeren.
48. Oefen vroegtijdig het lezen in oude sleutels. Vele schatten uit het verleden blijven anders voor je verborgen.
49. Let reeds vroeg op de toon en het klankkarakter van de verschillende instrumenten; span je in om haar specifieke klankkleur in je geheugen te prenten.
50. Verzuim het niet om goede opera's te beluisteren!
46. Mache dich über den Umfang der menschlichen Stimme in ihren vier Hauptarten frühzeitig klar; belausche sie namentlich im Chor, forsch nach, in welchen Intervallen ihre größte Kraft liegt, in welchen andern sie sich zum Weichen und Zarten verwenden lassen.
47. Höre fleißig auf alle Volkslieder; sie sind eine Fundgrube der schönsten Melodieen, und öffnen dir den Blick in den Charakter der verschiedenen Nationen.
48. Uebe dich frühzeitig im Lesen der alten Schlüssel. viele Schätze der Vergangenheit bleiben dir sonst verschlossen.
49. Achte schon frühzeitig auf Ton und Charakter der verschiedenen Instrumente; suche ihre eigenthümliche Klangfarbe deinem Ohr einzuprägen.
50. Gute Opern zu hören, versäume nie!
51. Houdt het oude in ere, maar benader ook het nieuwe met een warm hart. Koester geen vooroordeel tegen onbekende namen.
52. Beoordeel een compositie niet na het eenmaal beluisterd te hebben; wat je in eerste instantie bevalt, is niet altijd het beste. Meesters moet men bestuderen. Veel zal je pas in de hoogste ouderdom duidelijk worden.
53. Probeer bij de beoordeling van composities te onderkennen of ze kunnen worden gerekend tot hoogwaardige kunst of slechts tot amateuristische verstrooiing. Sta voor de eerste soort in; hou je niet bezig met dat andere.
54. "Melodie" is het oorlogsroep van amateurs, en zeker een muziek zonder melodie bestaat niet. Begrijp echter goed, wat men daarmee bedoelt; ze streven naar een gemakkelijk te begrijpen, ritmisch-welgevallige muziek: het gaat hen alleen daarom. Er zijn echter ook andere melodieën en wanneer men Bach, Mozart en Beethoven opslaat, kijk dan maar naar de duizend verschillende melodieën: de eendagsvlieg-melodieën van vooral de nieuwe Italiaanse Operamelodieën wordt je dan hopelijk spoedig zat.
55. Zoek aan de piano zelf kleine melodieën op, dat is heel plezierig; komen de melodieën van zelf, dus zonder de piano, dan is het nog leuker, op die wijze ontwaakt in jezelf de echte muzikale klankvoorstelling. De vingers moeten het doen wat het hoofd wil, niet omgekeerd.
51. Ehre das Alte hoch, bringe aber auch dem Neuen ein warmes Herz entgegen. Gegen dir unbekannte Namen hage kein Vorurtheil.
52. Urtheile nicht nach dem Erstmalhören über eine Composition; was dir im ersten Augenblick gefällt, ist nicht immer das Beste. Meister wollen studirt sein. Vieles wird dir erst im höchsten Alter klar werden.
53. Bei Beurtheilung von Compositionen unterscheide, ob sie dem Kunstfach angehören, oder nur dilettantische Unterhaltung bezwecken. Für die der ersten Art stehe ein; wegen der anderen erzürne dich nicht.
54. "Melodie" ist das Feldgeschrei der Dilettanten, und gewiß eine Musik ohne Melodie ist gar keine. Verstehe aber wohl, was jene darunter meinen; eine leichtfaßliche, rhythisch-gefällige gilt ihnen allein dafür. Es giebt aber auch andere anderen Schlages, und wo du Bach, Mozart, Beethoven aufschlägst, blicken sie dich in tausend verschiedenen Weisen an: des dürftigen Einerlei's  namentlich neuerer italienischer Opernmelodieen wirst du hoffentlich bald überdrüßig.
55. Suchst du dir am Clavier kleine Melodieen zusammen, so ist das wohl hübsch; kommen sie dir aber einmal von selbst, nicht am Clavier, dann freue dich noch mehr, dann regt sich in dir der innere Tonsinn. Die Finger müssen machen, was der Kopf will, nicht umgekehrt.
56. Als je begint te componeren, doe dat dan volledig in je hoofd. Pas wanneer je een stuk helemaal gereed hebt, probeer het dan uit aan een instrument. Als de muziek echt uit je hart kwam en als je de muziek echt ontdekt hebt, dan zal dat een zodanige invloed ook op andere factoren hebben.
57. Wanneer de Hemel je een levendige fantasie heeft gegeven, dan zal je in eenzame uren vaker geboeid aan de vleugel zitten, dan zal je in harmonieën je diepere gevoelens willen uiten, en des te geheimzinniger zal je je in de magische kring opgenomen voelen, hoe mysterieus het rijk der harmonie wellicht nog voor je is. Dit zijn de gelukkigste uren van de jeugd. Behoedt je er ondertussen voor, om een talent dusdanig te willen gebruiken, het zal leiden tot verspilling van tijd en energie wanneer je deze gedachtenspinsels wil bereiken. De beheersing van de vorm, de kracht van een duidelijke realisatie van je gedachten bereik je slechts door het op te schrijven. Schrijf dus meer dan dat je fantaseert.
58. Verschaf je vroegtijdig kennis van het dirigeren, kijk vaak naar goede dirigenten; het is ook goed om in stilte te dirigeren. Dat geeft je duidelijkheid.
59. Streef ernaar om ijverig te zijn in het leven, evenals in andere kunsten en wetenschappen. 
60. De wetten van de moraal zijn ook de wetten der kunst.
56. Fängst du an zu componiren, so mache Alles im Kopf. Erst wenn du ein Stück ganz fertig hast, probire es am Instrumente. Kam dir deine Musik aus dem Innern, empfandest du sie, so wird sie auch so auf Andere wirken.
57. Verlieh dir der Himmel eine rege Phantasie, so wirst du in einsamen Stunden wohl oft wie festgebannt am Flügel sitzen, in Harmonieen dein Inneres aussprechen wollen, und um so geheimnißvoller wirst du dich wie in magische Kreise gezogen fühlen, je unklarer dir vielleicht des Harmonieenreich noch ist. Der Jugend glücklichste Stunden sind diese. Hüte dich indessen, dich zu oft einem Talente hinzugeben, das Kraft und Zeit gleichsam an Schattenbildern zu verschwenden dich verleitet. Die Beherrschung der Form, die Kraft klarer Gestaltung deiner Gedanken gewinnst du nur durch das feste Zeichen der Schrift. Schreibe also mehr, als du phantasirst.
58. Verschaffe dir frühzeitig Kenntniß vom Dirigiren, sieh dir gute Dirigenten oft an; selbst im Stillen mit zu dirigiren, sei dir unverwehrt. Dies bringt Klarheit in dich.
59. Sieh dich tüchtig im Leben um, wie auch in anderen Künsten und Wissenschaften.
60. Die Gesetze der Moral sind auch die der Kunst.
61. Door vlijt en doorzettingsvermogen zal je het steeds verder brengen.
62. Uit een pond ijzer, das slechts weinig kost, laten zich vele duizenden veertjes voor klokken maken, waarvan de waarde in de honderdduizenden loopt. Het pond dat je van God ontvangen hebt, benut het trouwelijk.
63. Zonder enthousiasme wordt niets goeds in de kunst voortgebracht.
64. De kunst is er niet om rijkdommen te verwerven. Streef er altijd naar om een groot kunstenaar te worden; al het andere komt dan vanzelf wel.
65. Alleen wanneer de vorm geheel duidelijk is, zal ook de geest duidelijk zijn.
61. Durch Fleiß und Ausdauer wirst du es immer höher bringen.
62. Aus einem Pfund Eisen, das wenig Groschen kostet, lassen sich viele tausend Uhrfedern machen, deren Werth in die Hunderttausend geht. Das Pfund, das du von Gott erhalten, nütze es treulich.
63. Ohne Enthusiasmus wird nichts Rechtes in der Kunst zu Wege gebracht.
64. Die Kunst ist nicht da, um Reichthümer zu erwerben. Werde nur ein immer größerer Künstler; alles Andere fällt dir von selbst zu.
65. Nur erst, wenn dir die Form ganz klar ist, wird dir der Geist klar werden.
66. Misschien begrijpt alleen een geniaal iemand een genie geheel.
67. Iemand merkte eens op dat een allround musicus in staat moet zijn om een gecompliceerd orkestwerk als in een volledige partituur voor zich te zien, zelfs wanneer hij het voor het eerst hoort. Dat is het hoogste denkbare niveau dat een musicus zou kunnen bereiken.
68. Aan leren komt geen eind.
66. Vielleicht versteht nur der Genius den Genius ganz.
67. Es meinte Jemand, ein vollkommener Musiker müsse im Stande sein, ein zum erstenmal gehörtes auch complicirteres Orchester-Werk wie in leibhaftiger Partitur vor sich zu sehen. Das ist das Höchste, was gedacht werden kann.
68. Es ist des Lernens kein Ende.

...