Ad van Pelt
Skip Navigation Links usicologie - e solo-cantates van Nicolaus Bruhns

De solo-cantates van Bruhns - door drs. J.A. van Pelt

Naast enkele orgelwerken zijn er twaalf vocale werken die met een redelijke mate van zekerheid aan Bruhns kunnen worden toegeschreven. Hiervan zijn er tien te vinden zijn in de zogenaamde "Bokemeyer-Sammlung" (Deutsche Staatsbibliothek Berlin, Sammelband Mus. ms. 30101). Het betreft een belangrijke verzameling met handschriften met Noord-Duitse vocale muziek, aangelegd door Georg Österreich. Deze Österreich, Kapellmeister in Gottdorf (niet ver van Husum) heeft deze verzameling nagelaten aan zijn leerling Heinrich Bokemeyer (1679-1751), cantor te Husum van 1712 tot 1716.

Nr. Titel
1
2
3
4
5
6
Erbarm dich mein
Der Herr hat seinen Stuhl im Himmel bereitet
Jauchzet dem Herren alle Welt
De profundis clamavi
Mein Herz ist bereit
Wohl dem, der den Herrn fürchtet
7
8
9
10
11
12
Paratum cor meum
Ich liege und schlafe
Hemmt eure Tränenflut
Die Zeit meines Abschieds ist vorhanden
O werter heil'ger Geist
Erstanden ist der heilige Christ 

De twaalf Geistliche Konzerte (= cantates) van Bruhns, die bewaard zijn gebleven, kunnen in twee groepen worden onderverdeeld: vijf koor-cantates en zeven solo-cantates. In het onderstaande korte artikel richten we onze aandacht op de solo-cantates. Hierbij dient allereerst te worden opgemerkt dat de term solo-cantates ruim genomen moet worden. Het gaat namelijk om liturgische composities, geschreven voor de protestantse eredienst, voor één, twee of drie solisten, strijkers en basso continuo. Enerzijds vertonen deze werken onderling, onder meer qua structuur en bezetting, een groot aantal verschillen, anderzijds bezitten ze meerdere gemeenschappelijke eigenschappen die het rechtvaardigen om deze composities als één groep te beschouwen. We doelen hierbij op stijl, tekstkeuze, tekstbehandeling en instrumentatie.

Overzicht van de zeven solo-cantates van Nicolaus Bruhns

Nr. Titel Tekst Aanduiding Bezetting
2
3
4
5
6
7
Der Herr hat seinen Stuhl im Himmel bereitet
Jauchzet dem Herren alle Welt
De profundis clamavi
Mein Herz ist bereit
Wohl dem, der den Herrn fürchtet
Paratum cor meum
Psalm 103: 19-22
Psalm 100
Psalm 130
Psalm 57:8-12
Psalm 128
Psalm 57:8-12
Geistliches Konzert Bass, Streicher und B.c.
Tenor, 2 Violinen, Fagott und B.c.
Bass, 2 Violinen und B.c.
Bass, Violine und B.c.
2 Soprane, Bass, Streicher und B.c.
2 Tenöre, Bass, Violine, 2 Violen da Gamba und B.c.

12

Erstanden ist der heilige Christ Anoniem /
Michael Weise?
Choralkantate 2 Tenöre, 2 Violinen und B.c.

Wanneer we het bovenstaande schema wat nader beschouwen dan vallen ons in eerste instantie enkele aspecten op:
1. Bruhns gebruikte voor de meeste van deze cantates het Duits, voor twee cantates echter Latijn.
2. Eén van de Psalmteksten (Psalm 57 : 8-12) toonzette hij zelfs twee maal.
3. Alle cantates vertonen een compleet verschillende (kleine) bezetting. Mein Herz ist bereit kan reeds met vier personen ten gehore worden gebracht. Ook de andere cantates kunnen met een relatief klein ensemble worden uitgevoerd.
4. De meeste teksten zijn gekozen uit de Psalmen. Dan spreken we van Psalm-cantates. Alleen aan "Erstanden ist der heiligt Christ" ligt de tekst van een bekend paaslied ten grondslag. Dit betreft een koraalcantate.
Overigens: strikt genomen is het niet juist om deze composities als "cantate" te bestempelen. Het is beter om te spreken van "Kleine geistliche Konzerte" of "Concerti", of eventueel "concerti ecclesiasti", naar analogie van de vele soortgelijke composities die in de 17e eeuw in Duitsland (en Denemarken) onder deze aanduiding werden geschreven ofwel gepubliceerd, onder meer van Heinrich Schütz en Samuel Scheidt. Bovendien staat boven de vioolpartij van "Mein Herz ist bereit" duidelijk geschreven dat het een "Concerto" betreft.

In de periode waarin Bruhns zijn "Geistliche Konzerte" schreef, had het genre al een lange ontwikkeling achter de rug. Vooraanstaande Noord-Duitse componisten zoals Michael Praetorius, Johann Hermann Schein en Heinrich Schütz brachten de "Geistliche Chormusik" tot grote bloei. Talrijke kleinere meesters zoals Thomas Selle en Johann Schop borduurden hierop voort. Daarna volgden onder meer Matthias Weckmann, Georg Böhm, Vincent Lübeck, Franz Tunder en Dietrich Buxtehude.
Op aanraden van Buxtehude reisde Bruhns omstreeks 1685 naar Kopenhagen, alwaar hij ging studeren bij Christian Geist. Deze componist was een groot voorstander van virtuositeit, waardoor de jonge Bruhns sterk werd beïnvloed.
In de tweede helft van de 17e eeuw heerste er bij veel componisten van "Geistliche Konzerte" een sterk vernieuwende tendens. Men streefde naar een zo groot mogelijke verscheidenheid, groter dan ooit tevoren. Die doel meende men te kunnen bereiken door een aantal nieuwe principes toe te passen, die men "overnam" van de vele Italiaanse musici en zangers die in die tijd in Duitsland werkzaam waren. 
De "Geistliche Konzerte" werden (wanneer de tekst daartoe aanleiding gaf) opgesplitst in een reeks losstaande (zelfstandige) delen, elk met een contrasterend karakter (zoals Sinfonia of Sonata, Aria, Recitatief en Arioso).
Omdat er in het 17e-eeuwse Duitsland nog maar weinig operagebouwen waren (en er ook geen openbare concerten plaatsvonden), waren de Italiaanse "bel canto"-zangers op de kerken aangewezen, om hun kunsten ten toon te spreiden, om te kunnen "schitteren" met hun stem. Bij enkele Noord-Duitse kerkmusici (onder wie Franz Tunder, Christian Geist en Nicolaus Bruhns) viel de nieuwe zangstijl goed in de smaak. Zij koesterden een grote bewondering voor deze zangers, die in Duitsland van stad tot stad en van kerk tot kerk trokken. Zozeer, dat ze zich gingen inspannen om deze nieuwe Italiaanse smaak te imiteren. Met name de werken van Franz Tunder (de voorganger van Dietrich Buxtehude als organist aan de Marienkirche te Lübeck) verraden deze invloeden onmiskenbaar. Ook bij Buxtehude, Christiaan Geist en vooral bij Nicolaus Bruhns kunnen we een dergelijke toename in virtuositeit bespeuren. Men ging de menselijke stem meer en meer instrumentaal behandelen: veel snelle noten, loopjes en toonladders, grote sprongen, een grote ambitus, enzovoorts.

Met betrekking tot de virtuositeit kan worden gesteld dat Bruhns al zijn voorgangers overtrof. In de eerste zes maten van "Jauchzet dem Herren alle Welt" horen we talrijke snelle noten, die Bruhns als middel gebruikte, om bij de toehoorders een vreugdevolle stemming op te roepen.
In "Der Herr hat seinen Stuhl im Himmel bereitet" creëerde Bruhns op de tekst "Lobet den Herren" eveneens een jubelstemming, door snelle noten en grote sprongen te laten samengaan met een markant ritme. Er gaat een bijzonder goede werking uit van de tweespraak tussen bas-solist en eerste viool. Hierbij bemerken we bovendien, dat de instrumentale partijen geleidelijk aan steeds vertuozer werden. Ook in het continuo horen we soms heel virtuoze passages. De snelle noten uit de openingsmaten van "Jauchzet dem Herren alle Welt" worden enige maten later door de beide violen voorgedragen. Als laatste voorbeeld ter illustratie van de instrumentale virtuositeit dienen de eerste 10 maten van "Mein Herz ist bereit". Hier speelt de violist een bijzonder gloedvolle partij, met enkele passages met tweeëndertigste noten en zelfs twee-stemmigeheid. In maat 18 horen we zelfs een drie-dubbelgreep en "als klap op de vuurpijl" zelfs enkele vierstemmige akkoorden.
Dit alles illustreert, dat deze bijzondere muziek zeer de moeite van het beluisteren en het uitvoeren waard is.