Ad van Pelt
Skip Navigation Links rgels - choonhoven - Bartholomeüskerk

Van Vulpen-orgel in de Bartholomeüskerk te Schoonhoven

       

foto: Wim Verburg © 2005

Dispositie van het Van Vulpen-orgel (1975)
Hoofdwerk C-f3:
Quintadeen 16'
Prestant 8'
Roerfluit 8'
Octaaf 4'
Spitsfluit 4'
Quint 2 2/3'
Octaaf 2'
Mixtuur IV-VI
Cornet IV discant
Trompet 8'
Tremulant

 
Rugwerk C-f3:
Holpijp 8'
Quintadeen 8'
Prestant 4'
Roerfluit 4'
Nasard 2 2/3'
Gemshoorn 2'
Scherp III-IV
Sexquialter II
Dulciaan 16'
Vox Humana 8'
Tremulant

 
Pedaal C-f1:
Prestant 16'
Subbas 16'
Octaaf 8'
Roerquint 5 1/3'
Nachthoorn 4'
Mixtuur VI
Bazuin 16'
Schalmei 4'

Koppelingen:
HW-RW
Ped-HW
Ped-RW


Het orgel heeft 28 stemmen (waaronder 5 tongwerken).
In totaal zijn er 1975 orgelpijpen (waaronder 222 tongpijpen).
 

De orgels van de Bartholomeüskerk te Schoonhoven vanaf circa 1420
De Bartholomeüskerk bezat reeds in 1421 een orgel. Het hing waarschijnlijk in het koor van de kerk, dicht bij het liturgisch centrum.
Omstreeks 1535 zal men besloten hebben om een nieuw orgel te laten bouwen. Ook dit orgel hing waarschijnlijk in het koor van de kerk en pas na de reformatie werd het opgesteld op het historische doksaal, dat zich thans nog in de kerk bevindt. Er zijn duidelijke aanwijzingen, dat het orgel was gebouwd door Hendrik Niehoff te ’s-Hertogenbosch (ca.1495-1560). De kas werd gebouwd door Adriaen Schalcken (eveneens uit ’s-Hertogenbosch). Niehoff maakte voor het maken van zijn orgelkassen in die periode vaak gebruik van het werk van deze meubelmaker. Het contract en het bestek werden getekend op 29 december 1539. Het orgel moet in 1540 zijn opgeleverd.
Het Niehoff-orgel had waarschijnlijk op het Hoofdwerk een Praestant 8', Holpyp 8', Octaaf 4', Fluit 4', Nasard 2 2/3', Gemshoorn 2', Mixtuur, Trompet 8' en mogelijk nog een Scherp en/of een Cimbel; op het Borstwerk een Quintadeen 8', Fluit 2', Sifflet 1' en waarschijnlijk een Regaal 8'. Op het pedaal, dat was aangehangen aan het Hoofdwerk, een Trompet 8. Waarschijnlijk was er ook een klavierkoppel. Joachim Hess, organist van de Sint Jan te Gouda, wiens broer (orgelbouwer Hendrik Hermanus Hess) het orgel in 1763 heeft gerepareerd, publiceerde in zijn boek "Dispositiën der Merkwaardigste Kerkorgelen" de volgende dispositie. Manuaal: Praestant 8', Holpyp 8', Praestant 4', Fluit 4', Quint 2 2/3', Praestant 2', Gemshoorn 2', Mixtuur, Sesquialtera en Trompet 8'; Borstwerk: Holpyp 8', Octaaf 2', Fluit 2' en Flageolet 1'; Pedaal: Trompet 8'. Waarschijnlijk zijn de Praestant 2' en Sesquialtera in de 17e of 18e eeuw in de plaats van enkele Niehoff-registers gekomen. Hetzelfde geldt voor de Quint 2 2/3', tenzij dit gewoon de Nasard 2 2/3' van Niehoff was onder een andere naam. De Octaaf 2' van het Borstwerk is waarschijnlijk in plaats van een tongwerk gekomen, mogelijk de Regaal 8'. De door Hess genoemde Holpyp 8' van het Borstwerk is waarschijnlijk de opgesneden Quintadeen 8' van Niehoff.
De oorspronkelijke klavieromvang was FGA-g2a2. De Pedaalomvang was FGA-f1. Later werden de toetsen C,D,E aangebracht. In 1763 volgde een verdere uitbreiding door Hess, waarbij de toetsen Cis,Dis,Fis,Gis werden gekoppeld aan dezelfde, één octaaf hoger klinkende tonen. In de diskant werden toen ook de toetsen gis2, bes2, b2 en c3 aangebracht (ook door Hess), terwijl de pedaalomvang werd uitgebreid naar C-c1.
Volgens Hess was de klank van dit orgel zeer sterk. In 1822 werden herstelwerkzaamheden uitgevoerd door P. Wannewitz. Vóór 1883 werd de dispositie van het Bovenklavier omgevormd tot Praestant 8', Holpyp 8' en Fluit 4'. De Trompet 8' van het pedaal werd gewijzigd in een Trompet 4'.
In 1883 was het orgel in slechte staat en werd het afgeschreven. In 1901 werd het helaas verwijderd. Gelukkig bleef de kas bewaard in een timmermanswerkplaats te Schoonhoven. De borstwerklade met pijpwerk werd gebruikt voor een huisorgel. Slechts vijf frontpijpen bleven bewaard.
In 1904 werd op het doksaal een gebruikt 19e-eeuws orgel geplaatst, waarschijnlijk een orgel van Witte. Na de kerkrestauratie van 1927-1934 werd dit instrument door de firma Standaart geplaatst op de galerij tegen de toren. Bij die gelegenheid werd het opgebouwd in twee afzonderlijke kassen, om het uitzicht op het gebrandschilderde raam in de toren, het zogenaamde Tapijtraam, te behouden.
In 1959 werd de historische kas van het Niehoff-orgel opgebouwd in de herbouwde Laurenskerk te Rotterdam, waar het vanaf die tijd dienst doet als transept-orgel. In de Niehoff-kas werd een Marcussen-orgel gebouwd. De toen nog aanwezige oude, loden frontpijpen werden verdeeld onder een aantal liefhebbers! Van de pijpen die later in het Instituut voor Muziekwetenschap te Utrecht werden opgesteld is het overigens niet zeker of deze pijpen wel van Niehoff zijn. Ze tonen namelijk inscripties van Peter Janszoon de Swart. Dit zou er op kunnen wijzen dat De Swart het orgel mogelijk reeds omstreeks 1570 heeft herbouwd.
Het orgel te Schoonhoven was in 1974 weer aan vervanging toe. In 1975 plaatsten de Gebr. Van Vulpen een nieuw instrument met 28 stemmen verdeeld over twee manualen en pedaal. De versiering werd aangebracht door de Schoonhovenaar Gerrit Neven. In 2001 werd het orgel grondig geherintoneerd. Ook werden enkele verbeteringen in de dispositie aangebracht. Onder de beide pedaaltorens van het Van Vulpen-orgel, aan beide zijden van het hoofdwerk, is de volgende Latijnse tekst aangebracht: LAUDATE DOMINUM IN CHORDIS ET IN ORGANO (= Looft de Heer met snaren- en orgelspel). Met dank aan de heer Jaap van der Ende te Schoonhoven voor het verstrekken van een groot deel van deze informatie.

Organisten 

Meester Coster (ca.1400-1464?) was waarschijnlijk één van de eerste organisten van de Bartholomeuskerk. Volgens een bepaling uit 1444 moest hij het orgel bespelen op Apostelendag en op hoogtijdagen. Hij ontving hiervoor als vergoeding: "twaalf gulden ’s jaars".
Rutger Dircxzoon (ca.1420-ca.1480?) was waarschijnlijk organist vanaf 1464. Zijn jaarlijkse vergoeding was "veertien beierse guldens". Hij moest daarvoor ook "die orgelen bewaren als een orgelist sculdich is te doen". In 1470 werd deze overeenkomst met 10 jaar verlengd.
Over de organisten van circa 1480 tot circa 1649 zijn helaas geen gegevens beschikbaar.
Omtrent de volgende organisten is er meer zekerheid:
Gerrit Oolofszoon de Bruyn (overleden 1664) was organist van circa 1649 tot 1664. Hij was in die periode ook beiaardier. In de oudste stadsrekening die nog aanwezig is, van het jaar 1649, lezen we over "Meester Gerrit, orgelist". In 1652 wordt zijn post duidelijk omschreven: behalve "het speelen op den orgel in de kercke" had hij ook de plicht om "des woonsdach, saterdach en sondaechs te beijeren op de clocke". Tot aan de Franse tijd zien we in Schoonhoven het bekende verschijnsel van de organist-beiaardier.
Jan Janszoon Houttuijn (overleden 1697) was organist-beiaardier. Hij werd na een proeftijd benoemd in 1666. Zijn salaris was niet bijzonder hoog en bovendien moest hij de kosten voor de orgeltrapper uit eigen zak betalen: "blijvende den treder tot sijne laste". Deze bepaling zal zijn lust om te studeren wel verminderd hebben!
Willem van Dam was van 1697 tot 1700 "organist en clockespeelder" te Schoonhoven.
Jacobus Verbrugge (overleden 1754) was organist-beiaardier van 1702 tot 1709. In 1712 vertrok hij naar Gouda. Aldaar bleef hij stadsbeiaardier tot 1754.
Piter de Listige (overleden 1725) was organist-beiaardier van 1709 tot 1725.
Hendricus de Boys (overleden 1742) was organist-beiaardier van 1728 tot 1742. 
Simon Gaillart (overleden in 1763?) was organist-beiaardier van 1742 tot 1763.
Jeremias Sparnay (1742-1814) was organist-beiaardier van 1764 tot 1814. In 1771 solliciteerde hij naar een functie als organist-beiaardier in Hoorn, maar werd daar niet aangenomen. In de jaren 1773/1774 betaalden de kerkmeesters f 1,- voor het vangen van vijf jonge uilen en het "stooren van 3 eyeren". Hieruit kunnen we opmaken dat het klimaat in de kerk in deze periode lang niet altijd behaaglijk geweest zal zijn.
Hendrik Sparnay uit Gouda, de circa zeven jaar jongere broer van Jeremias, was ook organist en klokkenist. Daarnaast speelde hij viool en hoorn. Het is aannemelijk dat hij ook diensten heeft begeleid in de Bartholomeüskerk.
Petrus (Pieter) Sperna Weiland (1781-1859), zoon van Jeremias Sparnaaij (Sperna), was organist-beiaardier van 1815 tot 1853. Na de Franse tijd bestond de functie van stadsorganist niet meer. Om deze reden was Pieter Sperna Weiland dus uitsluitend in dienst als kerkorganist. In het archief bevindt zich een document uit 1819 met het verzoek om zijn jaarwedde met acht gulden te verhogen.
Willem van Rossum (circa 1835-1921) was organist van 1853 tot 1914. In 1869 werd hij daarnaast ook beiaardier (tot 1914). In 1914 nam hij ontslag als organist "wegens hoge leeftijd".
Jan Kaasschieter sr. was ruim veertig jaar organist, van 1915 tot 1956. Hij was ook meerdere jaren president-kerkvoogd.
Gé van Beek was organist van 1956 tot 1964. Hij was ook koordirigent.
Jan Kaasschieter jr. was van omstreeks 1955 tot circa 1965 organist.
Driek Brokking (1937-2007) was ruim veertig jaar hoofdorganist van de Bartholomeüskerk van 1964 tot eind 2004. Vanaf 2005 was hij organist van de Hersteld Hervormde Gemeente te IJsselstein. Hij was bovendien actief als muziekdocent. In 2005 was hij betrokken bij het proefspel van Ad van Pelt.
Henk Kok (1932-2006) was tweede organist van 1964 tot 1991. Hij was bovendien meerdere jaren diaken en ouderling. In het dagelijks leven was hij bakker aan de Haven 57. Zijn zoon is daar thans nog als bakker werkzaam.
Frans Schilt is organist sinds 1992. Daarnaast is hij onder meer organist van de Hervormde Kerk te Jaarsveld.
Geerten Liefting (geb. 1983) was organist van 1998 tot 2005. Van 2005 tot 2007 was hij organist te Krimpen aan den IJssel. Vanaf 2007 is hij organist-dirigent van de Bonaventurakerk te Woerden.
Leo de Kluijver (geb. 1969) was organist van 2000 tot 2004. Hij was bovendien enkele jaren ouderling. Vanaf 2004 is hij organist van de Hersteld Hervormde Gemeente "Pniël" te Stolwijk.
Kees de Bruin is organist sinds 2005. Daarnaast is hij organist van de Hervormde Kerk te Polsbroek.
Jan Verweij is organist sinds 2005. Daarnaast is hij één van de organisten van de Grote of Michaëlskerk te Oudewater en speelt hij diensten in de Hervormde kerken te Hekendorp en Jaarsveld.
Ad van Pelt (geb. 1960) was organist van 2005 tot 2007. In september 2007 speelde hij zijn laatste dienst. Hij nam afscheid, omdat hij deze functie in Schoonhoven niet meer kon combineren met zijn andere functies als kerkorganist in Huizen, Nieuwkoop en Woerden.
Pieter de Hon (geb. 1965) is organist sinds 2006. Daarnaast is hij organist van de Sionskerk en de Rehobothkerk te Krimpen aan den IJssel.
Cor Resseler (geb. 1947) was organist van 2007 tot 2012. Daarnaast is hij sinds 1990 cantor-organist te Alblasserdam, organist te Ottoland en cantor van de Bethlehemkerk te Papendrecht.
Cees Zuijderduijn (geb. 1988) is organist vanaf 2016. 

Enkele concerten van Ad van Pelt in de Grote of Bartholomeuskerk te Schoonhoven :

19 juli 2003 - Grote of Bartholomeüskerk - Schoonhoven - 20.00 uur - Ad van Pelt, orgel
1. Dietrich Buxtehude : Komm, Heiliger Geist, Herre Gott (BuxWV 200) + Nun bitten wir den heiligen Geist (BuxWV 209)
2. Johann Pachelbel : Fantasia in d (T 252) + Magnificat fuga primi toni (T 106)
3. Nicolas de Grigny : Veni Creator Spiritus
4. Johann Sebastian Bach : An Wasserflüssen Babylon (BWV 653) + Komm, Gott Schöpfer, Heiliger Geist (BWV 667)
5. William Boyce : Trumpet Voluntary in D (nr. 1)
6. César Franck : Andantino in g (FWV 25)
7. Charles Villiers Stanford : Intermezzo (gebaseerd op een Ierse melodie)
8. Dirk Janszoon Zwart : Fantasie over het Valeriuslied "Hoe groot, o Heer, en hoe vervaarlijk"
9. Adriaan Engels : Een zaaier ging uit om te zaaien
10. Improvisatie (Koraalfinale)

10 september 2005 - Grote of Bartholomeüskerk - Schoonhoven - 9.30 uur - Ad van Pelt, orgel
Open Monumentendag
1. Samuel Scheidt : Vater unser im Himmelreich (SSWV 115)
2. Dietrich Buxtehude : Nun lob mein Seel, den Herren (BuxWV 215)
3. Johann Ludwig Krebs : Fantasie "Freu dich sehr, o meine Seele"
4. Johann Sebastian Bach : Wir glauben all an einen Gott (BWV 680)
5. Jan Zwart : Canonisch voorspel over Psalm 84
6. Feike Asma : Psalm 77 (1959)
7. Larry Visser : Four Choral Preludes on "Lobe den Herren" (1996)
...