Ad van Pelt
Skip Navigation Links ecensies - ecensies 2000-2010

Recensies uit de periode 2000-2010

43. Wimmenhove-orgels
Rini Wimmenhove (1959) uit Hoogeveen is gespecialiseerd in het bouwen van kleine orgels voor huiskamer, cantorij, orkest of koor. Hij bouwt op ambachtelijke wijze instrumenten in de stijl van de achttiende en vroeg negentiende eeuw. Dat blijkt uit de prachtige CD waarop twee Wimmenhove-orgels worden bespeeld door vader en zoon Gerrit en Sebastiaan 't Hart. Er wordt gemusiceerd op een rijk gedisponeerd kistorgel uit 2010, met onder meer een Regaal, een Quint en een Terts, waardoor zelfs een Cornet kan worden samengesteld. Daarnaast horen we een fraai bureauorgel uit 2001. De instrumenten worden niet alleen solistisch, maar ook in combinatie bespeeld. Bovendien klinkt het kistorgel als continuo-instrument ter begeleiding van solozang van dochter Rieneke 't Hart. Op het programma staan werken die goed passen bij de instrumenten. Begonnen wordt met delen uit het Susanne van Soldt Manuscript (1599), met de prachtige Regaal in middentoonstemming. Verder klinkt onder meer de koraalfantasie over "Wie schön leuchtet der Morgenstern" van Buxtehude, een fantasie van Abraham van den Kerckhoven en een reeks psalmvariaties in Noord-Duitse stijl van Gerrit 't Hart zelf. Bovendien enkele werken die oorspronkelijk bedoeld zijn voor orgel met twee manualen, in een uitvoering door twee organisten op twee orgels, zoals het "Concerto per la Chiesa" van Telemann, in de bewerking van Johann Gottfried Walther. Ter afsluiting horen we twee luchtige stukjes van Johann Baptist Vanhal, een Tsjechische componist uit de klassieke periode. Een fraai booklet met enkele mooie foto's en lezenswaardige informatie over de orgelbouwer, orgels, programma en musici completeert het geheel. - N.a.v. "Een muzikaal Kleijnood. Bespeling van het Wimmenhove bureau- en kistorgel door de organisten Gerrit 't Hart en Sebastiaan 't Hart; Rieneke 't Hart, mezzosopraan". - [Drs. Ad van Pelt - 17 november 2010]

42. Urker Mannenensemble
Het Urker Mannenensemble onder leiding van Pieter Jan Leusink presenteerde onlangs een nieuwe cd met een afwisselend programma rondom een prachtig thema: Psalmen Davids in de berijming van 1773. We horen het vocale ensemble onder meer in composities van Martin Mans, Klaas Jan Mulder en Willem Hendrik Zwart. Het uit vijftien zangers bestaande ensemble zingt drie psalmen volledig a capella. Hiervan klinkt Psalm 16 in het Hebreeuws. Dit laat een diepe indruk achter. De koorklank is mooi gelijkmatig, gevoelvol en kristalhelder. Als omlijsting van de sonore onbegeleide zang horen we rustige intonaties, tussenspelen en sfeervolle naspelen door pianist Jan Lenselink, die het vocale ensemble bovendien instrumentaal ondersteunt in een aantal andere psalmbewerkingen, waardoor de koorzang een extra dimensie verkrijgt. Zes tracks worden geheel gevuld door de Heerenveense Brassband 'Pro Rege' onder leiding van Siemen Hoekstra. Dit orkest, dat bestaat uit bijna 30 musici, schittert in gedegen composities van onder meer Jan en Jacob de Haan. In deze werken is de psalmmelodie steeds duidelijk aanwezig met een harmonisch fraaie begeleiding als toegevoegde waarde. Met name in de afsluitende bewerking over Psalm 81, in een door de twintigste eeuwse orkestmuziek geïnspireerde stijl, bereikt het orkest welhaast een professionele hoogte. Het is een belevenis om de combinatie van mannenensemble en brassband te horen in drie psalmen. Bovendien zorgt pianist Jan Lenselink in deze nummers voor sprankelende omspelingen, waardoor de koorzang in positieve zin wordt ondersteund. De gunstige akoestiek van de Martinikerk te Bolsward draagt bij tot het fraaie eindresultaat van deze cd. - N.a.v. "Psalmen Davids - berijming 1773; Urker Mannen Ensemble o.l.v. Pieter Jan Leusink, Chr. Brassband Pro Rege o.l.v. Siemen Hoekstra, Jan Lenselink (piano); Amsterdam Classics - [Drs. Ad van Pelt - 8 september 2010]

41. Espressions
Hayo Boerema presenteert het nieuwe Adema-orgel in de Grote Kerk te Scherpenzeel met orgelwerken die uitstekend aansluiten bij de mogelijkheden van het instrument. Het programma is volgens een driedelige structuur opgebouwd. Om te beginnen horen we werken van leerlingen van César Franck, zoals de uitbundig gespeelde Marche de Fête van Henri Büsser en de gevoelvol uitgevoerde Prélude funèbre van Joseph-Guy Ropartz. Dan volgen werken van leerlingen van Marcel Dupré: het prachtige Lied van Gaston Litaize en drie delen uit het Livre Oecuménique van Jean Langlais. Hiervan spreekt vooral het Gloire à Dieu aan, omdat de bekende koraalmelodie "God in den hoog' alleen zij eer" hierin goed naar voren komt, mooi uitkomend gespeeld op de Tertsfluit-harmoniek. Daarna staan docenten van Boerema centraal: eerst klinken van Naji Hakim drie delen uit de bundel "Expressions", waaraan de naam van deze cd ontleend is. Dan volgt Louange, een grootschalig werk over Psalm 136 van Lemckert, alsmede een bewerking van Psalm 111 van Boerema zelf. Het programma wordt besloten met een uitgebreide improvisatie over drie Geneefse psalmen, geheel in de stijl van de genoemde componisten. Het spel van Boerema is zeer verzorgd en dwingt veel respect af. Wel vroeg ik mij af of de gespeelde muziek goed past bij de belangstelling van de plaatselijke hervormde gemeente. Hoe het ook zij, in elk geval is deze cd voor kenners absoluut een aanrader. De hervormde gemeente van Scherpenzeel is te feliciteren met haar fraaie Adema-orgel. Ik spreek de wens uit dat het instrument in lengte van jaren de lofzang gaande mag houden. - N.a.v. "Espressions; Hayo Boerema, Adema-orgel Grote Kerk Scherpenzeel"; ADM200901 - [Drs. Ad van Pelt - 12 mei 2010]

40. Straesser en Ligeti
Organist Piet van der Steen bracht een dubbel-cd uit met de complete orgelwerken van de Nederlandse componist Joep Straesser (1934-2004) en de uit Hongarije afkomstige Oostenrijkse componist György Ligeti (1923-2006), opgenomen in de Oud-Katholieke Kathedraal Ste. Gertrudis te Utrecht en de St.-Servaasbasiliek te Maastricht. Trompettist Peter van Dinther verleent medewerking. Het programma begint met de zeven orgelwerken en de twee werken voor trompet en orgel van Straesser, geschreven tussen 1965 en 2003. Om te beginnen horen we Fair Play voor trompet en orgel, goed in het gehoor liggende muziek. De daaropvolgende Sinfonia per organo, een hommage aan César Franck, is mild en melodieus van karakter en mede daardoor goed toegankelijk voor luisteraars die openstaan voor een experimenteel klankidioom. Van de overige orgelwerken worden vooral Splendid Isolation en Permanent wave indrukwekkend vertolkt. De drie orgelwerken van Ligeti ontstonden in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw. Het Ricercare per organo en de Zwei Etüden zijn beslist het beluisteren waard, maar de luisteraar moet zich er wel open voor stellen. De beruchte compositie Volumina, waarin veel clusters (klankblokken) voorkomen, horen we op indrukwekkende wijze. Hoewel velen deze stijl beslist niet kunnen waarderen, zullen de kenners van 20e eeuwse orgelmuziek hier heel blij mee zijn. Deze cd vormt een uitmuntend pleidooi voor de hedendaagse muziek en de muziek van Straesser en Ligeti in het bijzonder. Het is bijzonder gedurfd en lovenswaardig dat de musici zich met veel succes hebben ingezet om deze zelden gehoorde muziek op deze wijze uit te voeren. - N.a.v. "Straesser & Ligeti – Joep Straesser, Alle werken voor Orgel & Trompet met Orgel – György Ligeti, Alle werken voor Orgel – Piet van der Steen, orgel; Peter van Dinther, trompet"; 2-cd; Stichting Orgelprojecten Nederland. - [Drs. Ad van Pelt - 17 maart 2010]

39. Klankpalet
Organist, dirigent en muziekdocent Johan van Oeveren uit Zoetermeer bracht onlangs een afwisselende cd uit met uitsluitend eigen composities. Hierop worden enkele beiaardwerken voortreffelijk uitgevoerd door Gijsbert Kok en enkele orgelwerken door Jaap van der Giessen en Ronald de Jong. Vooral de “Partita over Psalm 104”, met verve uitgevoerd door Ronald de Jong, laat een diepe indruk achter. Een boeiende reeks variaties over de Lofzang van Maria voor blokfluit in de stijl van Jacob van Eyck wordt voortreffelijk uitgevoerd door Theo Poot en een werk voor fluit en harp wordt fraai gespeeld door harpiste Regina Ederveen en fluitiste Astrid Strijdhorst. De koorwerken worden verdienstelijk gezongen door het Alphens Mannenkoor en het Chr. Vocaal Ensemble Cantica, beide koren onder leiding van de componist. De composities zijn in de meeste gevallen relatief eenvoudig en in een gematigd modern klankidioom, ze worden overwegend goed tot zeer goed uitgevoerd, niet alleen door de bovengenoemde professionals, maar ook door meerdere amateurs. Het booklet is helaas erg bescheiden. Een foto of curriculum van de componist zou niet misstaan. De musici worden vermeld, maar foto’s ontbreken. Bij ieder werk zoekt men tevergeefs naar het jaar van ontstaan, de speelduur en de plaats van opname. Dit laatste is vooral bij de werken voor beiaard en orgel een gemis. Bij navraag vernam ik dat voor de opname onder meer gebruik is gemaakt van de Eijsbouts-beiaard en het Lohman-orgel van de Oude Kerk te Zoetermeer. Helaas staat ook niet duidelijk vermeld dat de opbrengst ten dele bestemd is voor hulp aan (wees)kinderen in Uganda. Samenvattend kan worden gezegd dat dit een afwisselende cd betreft, die het zeker waard is om meerdere keren te beluisteren. - N.a.v. "Klankpalet – Johan van Oeveren" - [Drs. Ad van Pelt - 14 september 2009]

37. en 38. Pieter Vis
Ter gelegenheid van zijn ‘Gouden zangersjubileum 1959-2009’ bracht de bas-bariton Pieter Vis een gevarieerde dubbel-cd uit. De titel van de eerste cd, ‘Breng mij d’aloude tijding’, ontleende hij aan een lied uit de bundel van Johannes de Heer. Deze cd bevat opnamen uit 2008 van ‘geliefde geestelijke liederen uit de schat der eeuwen’, waarbij de zanger vakkundig wordt begeleid door de meesterpianist Daniël Wayenberg op een nieuwe Bösendorfer-vleugel en organist Lennert Knops, die het historische Rudolf Knol-orgel (1807) in de Hervormde Kerk te Hasselt bespeelt. Het is een afwisselende cd met 21 bekende liederen zoals ‘Daar ruist langs de wolken’ en ‘De Heilige stad’. De liederen worden mooi gezongen en mede door de afwisselende begeleiding is het aangenaam om deze opnamen te beluisteren. De tweede cd, met de titel ‘’k Heb geloofd en daarom zing ik’, overigens ook een lied van Johannes de Heer, bevat opnamen van ‘Joodse, rooms-katholieke en protestantse liederen’. We vinden er een bloemlezing uit opnamen van de afgelopen vijftig jaar, met een zeer divers scala aan componisten en begeleiders. De oudste opname dateert uit de jaren zestig, waarop we Pieter Vis horen als jongenssopraan. Naast composities van Bach en Mozart vermeldt zijn programma onder meer werken van Catharina van Rennes, van wie vooral het lied ‘Madonnakindje’ een diepe indruk achterlaat. Ook deze cd is beslist het beluisteren waard. Beide cd’s worden geleverd in een prachtig doosje met twee keurig verzorgde booklets. In het ene booklet vinden we een talrijke gegevens, foto’s, biografieën en allerlei lezenswaardige informatie. In het andere booklet staan de volledige teksten. - N.a.v. “Breng mij d’aloude tijding! – ’k Heb geloofd en daarom zing ik U ter eer! – Pieter Vis – Van jongenssopraan tot bas-bariton – Gouden zangersjubileum”; D.E. Versluis Classical Music Production (DEV-PV1029) - [Drs. Ad van Pelt - 20 april 2009]

36. Jaap Zwart
Orgelwerken van Max Gulbins (1862-1932) worden in Nederland uiterst zelden uitgevoerd. Toch was hij destijds in eigen land een bekend en geliefd organist en componist. Hij studeerde in Berlijn, onder meer bij Heinrich von Herzogenberg, die op zijn beurt sterk werd beïnvloed door Johannes Brahms. Na het voltooien van zijn studie werkte Gulbins als organist in diverse steden in Noordwest-Rusland en Polen. Vanaf 1908 was hij cantor en organist in Breslau, destijds in Duitsland, thans is dat de stad Wroclaw in het zuidwesten van Polen. Gulbins schreef voor orgel meerdere koraalbewerkingen en vier orgelsonates, waarvan de ‘Eerste Sonate’ op deze cd te beluisteren is. Het betreft een Nederlandse cd-première! We horen een uitstekende uitvoering door Jaap Zwart. Het orgel van de Grote- of Sint Nicolaaskerk te Elburg, in 1825 voltooid door de van oorsprong Duitse orgelbouwer Quellhorst, blijkt uitstekend geschikt voor deze Pools/Duitse muziek. Ook de andere werken op deze cd zijn het waard om met aandacht beluisterd te worden: twee koraalbewerkingen van Otto Dienel en Gustav Merkel omlijsten de genoemde sonate. Het programma wordt besloten met een indrukwekkende uitvoering van de ‘Zevende Orgelsonate’, een werk van de andere grote Duitse componist van orgelsonates: Josef Rheinberger. Beide orgelsonates worden op een voorbeeldige wijze gepresenteerd, bovendien een wijze die aangeeft dat beide werken in zekere zin elkaars pendanten zijn! In het booklet vinden we een lezenswaardige beschrijving en een dispositie van het orgel. Daarnaast had enige informatie over de componisten en de organist mijns inziens zeker in het booklet opgenomen mogen worden. Ondanks dit geringe gemis is de cd beslist een aanrader, voornamelijk om het genoemde grote orgelwerk van Gulbins. - N.a.v. "Elburg, Grote- of St. Nicolaaskerk – Jaap Zwart, orgel"; Stichting Hanzesteden Cultuur. -  [Drs. Ad van Pelt - 5 januari 2009]

35. Duo Eilander
Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het familieblad Terdege werd een bijzondere jubileum-cd uitgebracht. Hierop bespelen Peter en Jaap Eilander respectievelijk het Cavaillé-Coll-orgel (1875) en een Steinway & Sons-vleugel in de Philharmonie te Haarlem. Vader en zoon Eilander laten ons op deze cd genieten van een afwisselend programma. Naast veel Franse romantiek, met onder meer drie delen uit de Dolly Suite van Fauré (voor piano vierhandig) en een vierhandige bewerking van de Prélude, Fugue et Variation van Franck, vermeldt het programma meerdere bekende werken van Bach, maar dan wel op een wijze die maar zelden op programma’s voorkomt. Zo horen we onder meer een vierhandige pianoversie van de Toccata und Fuge in d en het geliefde Air uit de Derde Orkestsuite. Het is een ware belevenis om de koraalbewerking over het adventslied "Nun komm der Heiden Heiland" te beluisteren in de beroemde pianotranscriptie van Busoni, evenals een bekende aria uit cantate BWV 13 in een orgelbewerking van de Belgische Bachvertolker Jaak Lemmens. In de Pastorale (opus 26), een duo voor piano en harmonium, van Guilmant, worden beide instrumenten gelijktijdig bespeeld, terwijl het orgel weer solistisch te beluisteren is in de bekende Toccata uit de Suite Gotique van Boëllmann. Aangenaam verrast was ik door de uitvoering van een sprankelend gedeelte uit een pianosonate van Haydn. Fraaie bewerkingen over Psalm 84 en enkele bekende gezangen van Peter R. Witteveen omlijsten het geheel. Een prima booklet, met foto’s en lezenswaardige informatie over het programma en de musici maakt het geheel compleet. We mogen een volgende cd van deze musici met belangstelling tegemoetzien. - N.a.v. "Peter en Jaap Eilander, orgel en piano - jubileum-cd 25 jaar Terdege"; ER (2218). - [Drs. Ad van Pelt - 17 november 2008]

34. Rien Donkersloot
Enige maanden geleden behaalde organist Rien Donkersloot met uitstekend resultaat zijn orgeldiploma tweede fase aan het Rotterdams Conservatorium. Hij studeerde bij Ben van Oosten en Bas de Vroome. Donkersloot nam zijn nieuwste cd op in de Hervormde Kerk te Mijnsheerenland, een van de kerken waar hij organist is. Het programma biedt een fraaie dwarsdoorsnede van het oeuvre van Bach. Naast zes koraalbewerkingen horen we het Concerto naar Vivaldi (BWV 596), de Eerste Triosonate, het Trio in c, de “Fantasia con imitazione” en de Prelude en Fuga in C (BWV 547). Het is dapper om een dergelijk programma uit te voeren op dit relatief kleine dorpsorgel, waarvan het hoofdwerk in eerste aanleg voor de Waalse Kerk te Heusden werd gebouwd door Johann Heinrich Hartmann Bätz. Na allerlei omzwervingen kwam het orgel in 1878 in Mijnsheerenland terecht, alwaar het in 1966 door de Gebroeders van Vulpen werd uitgebreid met een rugwerk en een vrij pedaal. In 1998 werd het instrument, onder advies van Jan Jongepier, door de genoemde orgelbouwers gerestaureerd en klinkt het orgel ontegenzeggelijk als een eenheid. Donkersloot heeft zijn programma met zorg samengesteld, het past bijzonder goed bij dit instrument. Hij speelt zeer stijlgetrouw, accuraat, vol speelvreugde, met uitgekiende registraties en geraffineerde articulaties. Steeds op een vitale en veerkrachtige manier. Wat mij betreft mag hij deze lijn gerust doorzetten en zien we uit naar een vervolg op deze cd. Het booklet is keurig verzorgd, met een beschrijving, dispositie en fraaie foto’s van het orgel en bovendien enkele biografische gegevens van de organist. Fijn dat ook alle gebruikte registraties duidelijk vermeld staan. - N.a.v. "J.S. Bach in Mijnsheerenland"; Rien Donkersloot; Bätz-orgel te Mijnsheerenland; RDSL 175001 - [Drs. Ad van Pelt - 29 september 2008] 

33. Wim Magré
Mijn eerste reactie bij het zien van de nieuwste cd van Wim Magré met koraalbewerkingen, opgenomen in de Evangelisch-Lutherse Kerk in Den Haag, was: ‘Ik ga heerlijk genieten van het onlangs gerestaureerde Bätz-orgel’. Ik had het nog niet gehoord, na de laatste restauratie van 2007. Toen ik het programma bekeek, met onder meer koraalbewerkingen van Klaas Jan Mulder en Willem Hendrik Zwart, dacht ik wel: ‘Dit past wat minder goed bij de bouwtijd van het orgel, maar in elk geval past het wel bij de stijl van Feike Asma, die hier jarenlang organist is geweest’. De cd bevat 16 mooie koraalbewerkingen in de ‘Romantische’ stijl. Toen ik Magré hoorde spelen moest ik wel enige tijd aan zijn stijl wennen, maar ik wist dat het een bekend gegeven is: smaken verschillen. Ik kan me goed voorstellen dat velen deze stijl zeer zullen waarderen. Bij het beluisteren van de improvisatie ‘Ruwe stormen mogen woeden’ was ik verbaasd over de effecten van een heuse storm. Knap gedaan, hoor, maar alleen kon ik de gedachte aan een uitspraak van Dirk Janszoon Zwart niet onderdrukken: ‘De ruwe stormen laten woeden is wel pikant, maar het is geen koraalbehandeling’ (een citaat uit het boek ‘Op de orgelbank’ uit 1992). Vooral het ‘Trio en koraal Psalm 86’ van de Kamper organist Piet Zwart sprong er voor mij uit. Maar ook de canonische bewerking over ‘Psalm 101’ van de concertgever zelf en de bewerking over ‘Vaste rots van mijn behoud’ van Herman van Vliet kon ik zeker waarderen! Het booklet is keurig verzorgd, met een dispositie, een beschrijving en fraaie foto’s van het orgel en bovendien enkele biografische gegevens van de organist. - N.a.v. Wim Magré – Koraalbewerkingen; Evangelisch Lutherse Kerk – Den Haag; JQZ Muziekproducties – JQZ 98042 - [Drs. Ad van Pelt - 30 juni 2008]

32. Leen de Broekert
Bij orgelliefhebbers is de Koorkerk in Middelburg bekend omdat zich aldaar de kas van het oudste Nederlandse orgel bevindt, een instrument uit 1479 van Peter Gerritszoon uit Utrecht. Het hangt sedert 1956 in de Koorkerk. Links van dit bijzondere instrument staat sedert 1969 een tweemanualig orgel van de Gebroeders Van Vulpen. Velen van ons zullen dit nog nooit hebben gehoord. Derhalve een goede zet van organist Leen de Broekert om er een opname van te maken. Ik was aangenaam verrast door het originele programma. Naast bekende werken van Bach, Buxtehude en Böhm, die zeer overtuigend worden uitgevoerd, horen we enkele weinig gespeelde werken. Zo klinkt bijvoorbeeld de Aria “La Capricciosa” van Buxtehude. Een werk met 32 variaties, waaruit De Broekert een afwisselende bloemlezing samenstelde. Van een deel uit de derde vioolsonate van Bach, in een eigen bewerking van Bach (BWV 964), horen we een poëtische uitvoering. Vervolgens een bewerking en smaakvolle uitvoering van het Andante (KV 448) van Mozart, oorspronkelijk geschreven voor twee piano’s, een waardevolle verrijkking van het beperkte repertoire dat Mozart voor orgel heeft nagelaten. Het is duidelijk te merken dat De Broekert veel affiniteit heeft met deze Weense meester. Daarna horen we een waardige uitvoering van het Ostinato, een jeugdwerk van Mendelssohn. Dit werk werd door De Broekert uitgebreid met een korte introductie. Hij voltooide bovendien enkele van de laatste variaties. Met het Quatuor van Boëly demonstreert de organist dat het Van Vulpen-orgel ook prima geschikt is voor Franse muziek. Tot besluit klinkt een indrukwekkende Sortie, een eigen compositie uit 2001, geschreven in de stijl van de Franse Romantiek. Een fraai booklet met een lezenswaardige toelichting completeert het geheel. De cd is beslist een aanrader. - N.a.v. “Koorkerk Middelburg – Leen de Broekert, orgel”; Zefir Records (ZEF 9612) - [Drs. Ad van Pelt - 28 april 2008]

31. Jan Luth
Op deze cd horen we orgelwerken van Bach en Krebs, uitgevoerd door organist en hymnoloog Jan Luth op het Hinszorgel (1776) van de Grote Kerk in Harlingen. Om te beginnen staan er zes werken van Johann Sebastian Bach op het programma. Allereerst de bekende Toccata in F, een uitbundig werk dat feestelijk en overtuigend wordt uitgevoerd. De ingetogen koraalbewerking over "Schmücke dich, o liebe Seele" wordt mooi rustig en evenwichtig gespeeld. Twee delen uit "Die Kunst der Fuge" worden met waardigheid vertolkt. De bekende derde Triosonate wordt gedegen geïnterpreteerd, met smaakvol gekozen registraties. Van het Preludium en Fuga in A wordt het preludium heel lichtvoetig gespeeld, de fuga wordt bijzonder fijnzinnig ten gehore gebracht. Hierna volgen drie werken van de bekendste leerling van Bach: Johann Ludwig Krebs. Eerst twee minder bekende trio's. Voor mij waren dit de grootste verrassingen van deze cd. Fijn dat deze minder bekende stukken een plaats in het programma hebben gekregen. Ik heb bijzonder genoten van het Trio in a, een werk dat opvalt door een opmerkelijke ritmiek. Ter afsluiting klinkt de feestelijke Toccata in a, in meerdere opzichten de pendant van het openingsstuk van deze cd. Wat origineel om deze stukken op deze wijze te combineren! Deze muziek komt op het Hinsz-orgel uitstekend tot haar recht. De opnamen en de productie werden prima verzorgd door Paul Hardijzer. De sfeer van de uitvoering wordt bijzonder goed weergegeven. Een rijk gedocumenteerd booklet, waarvan de lay-out het werk is van Kees van den Nieuwenhuizen, completeert het geheel. De teksten zijn van de musicus zelf. Tenslotte kan vermeld worden dat het geheel is voorzien van prachtige foto's door Jan Smelik. - N.a.v. "Orgelwerken van Bach en Krebs - Jan Luth, orgel Grote Kerk Harlingen" - [Drs. Ad van Pelt - 28 januari 2008]

30. Jan Hage
Op deze cd horen we drie weinig gespeelde orgelwerken die qua omvang, moeilijkheidsgraad, virtuositeit, stemming en sfeer tal van overeenkomsten vertonen: van Julius Reubke de Sonate "Der 94ste Psalm", van Franz Liszt de Fantasie und Fuge über den Choral "Ad nos, ad salutarem undam" en van Marcel Dupré de Deuxième Symphonie. Het stuk van Reubke is ernstig van karakter. De indringende tekst van de psalm was daar aanleiding voor. Onvoorstelbaar dat deze jonggestorven leerling van Liszt dit werk reeds als 23-jarige heeft geschreven. Het behoort tot de meest diepzinnige stukken uit de orgelliteratuur. De Fantasie en Fuga van Liszt, een bewerking over een koraal uit de opera "De Profeet" van Meyerbeer, heeft een volstrekt unieke structuur. Het wordt zeer boeiend uitgevoerd. Ik kan lovend zijn over het afwisselende gebruik van het instrument, inclusief de chamades. De sfeer van het werk van Dupré is vergelijkbaar met Reubke. We horen veel nieuwe klankmogelijkheden, vooral een indrukwekkend slotgedeelte. Deze cd is een absolute aanrader voor de orgelliefhebbers die in staat zijn om deze indringende muziek te waarderen. In het booklet geeft Jan Hage zelf een duidelijke uitleg die heel lezenswaardig is. Daardoor worden de gecompliceerde stukken beslist toegankelijker. Het is een bewonderingwaardige prestatie dat de organist deze drie gigantische stukken combineert en met zo veel zeggingskracht uitvoert. Deze muziek geeft zijn geheimen niet meteen prijs. Zelfs na meerdere keren beluisteren zullen de diepere structuren nog niet ten volle aan de luisteraar bekend worden. Het orgel van de Rotterdamse Laurenskerk is er zeer geschikt voor. Dat het een liveopname betreft is geenszins storend, integendeel: het geeft juist iets van de spanning van een concert. - N.a.v. "Jan Hage - Marcussenorgel Grote of St.-Laurenskerk te Rotterdam"; ToccaTa-Records (TRR 99014). - [Drs. Ad van Pelt - 29 oktober 2007]

29. Euwe en Sybolt de Jong spelen Bach
De broers Euwe en Sybolt de Jong hebben een cd uitgebracht waarop ze het Hinszorgel in de Martinikerk van Bolsward bespelen. Het programma bestaat uit delen uit Bachcantates in een bewerking voor orgel (vierhandig) met pedaal. Sybolt de Jong bewerkte elf delen uit cantates op een manier zoals Johann Sebastian Bach dit ook gedaan zou kunnen hebben. Nieuw is echter wel dat hij de stukken voor twee organisten bewerkte. Hij selecteerde cantatedelen waarin zo min mogelijk behoefde te worden aangepast. De Jong gaf de werken een nieuwe titel, eveneens op een wijze die overeenkomst met Bach. Zo begint de cd met een Concerto super "Erhalt uns, Herr, bei deinem Wort", canto fermo in soprano, een transcriptie van het openingskoor van cantate 126. Het wordt zeer overtuigend uitgevoerd, helder en doorzichtig geregistreerd, een waar genot om te beluisteren. Een driedelige Triosonata super "Sei Lob und Preis met Ehren", samengesteld uit drie delen uit verschillende cantates, volgt. De vorm van deze triosonate komt overeen met de bekende triosonates voor orgel. De broers zetten beide hoekdelen sprankelend neer. Het rustige middendeel met een ingetogen karakter zorgt voor een weldadige rust binnen dit werk. Het vormt een voortreffelijk contrast met de snelle delen. Er valt meer te genieten, dankzij een feestelijk eendelig Concerto, een bewerking van het openingskoor van cantate 10. En ook vanwege een driedelig Orgelconcerto, waarvan de hoekdelen worden gevormd door de twee levendige Sinfonia's voor obligaat orgel, hobo's en strijkers uit cantate 35. Voor het rustige middendeel liet Sybolt de Jong zijn keuze vallen op de prachtige Sinfonia uit cantate 156. Na een rustig Preludium super "Was willst du dich betrüben", een bewerking van het openingsdeel van cantate 107, volgt een driestemmige Inventie, gebaseerd op een aria uit cantate 87. Laatstgenoemd stuk is geschreven in een vorm die overeenkomst met de driestemmige Inventionen vertoont. Tot slot klinkt een feestelijk Preludium over "Ein feste Burg ist unser Gott" uit cantate 80; een waardige afsluiting van het programma. In het booklet vinden we een lezenswaardig exposé waarin wordt uitgelegd dat het door de eeuwen heen een goed gebruik is geweest om bestaande composities te bewerken. Ook is er een duidelijke toelichting bij de geselecteerde composities. Wat mij betreft zijn de beide organisten uitstekend in hun opzet geslaagd. We zien volume 2, waarvan de opname gepland staat voor de zomer van 2007, met belangstelling tegemoet. - N.a.v. "Bach Cantatas", Euwe de Jong, Sybolt de Jong, volume 1, cantata movements for organ four hands, Hinsz-organ, Martinikerk, Bolsward, The Netherlands"; WM 050406. - [Drs. Ad van Pelt - 5 februari 2007]

28. Herman van Vliet speelt Guilmant
Onlangs verscheen de eerste cd met “Pièces dans différent styles” van Alexandre Guilmant, uitgevoerd door organist Herman van Vliet op het beroemde Cavaillé-Coll-orgel (1888) in de Saint-Sernin te Toulouse. Het is de eerste van een serie van vijf cd’s met de volledige “Pièces” van Guilmant. In totaal gaat het om 66 stukken, die werden gecomponeerd in de jaren 1862 tot 1891 en door de componist zelf werden uitgegeven in 18 afleveringen of “Livraisons”. Op deze cd horen we de eerste zestien orgelwerken uit deze cyclus, afkomstig uit de eerste vier “Livraisons”, met de opusnummers 15 tot en met 18. Zoals de componist zelf al aangaf betreft het inderdaad “stukken in verschillende stijlen”, ofwel “Pièces dans différentes styles”. Het is een buitengewoon origineel idee van Herman van Vliet om deze “Pièces” als uitgangspunt te nemen voor een nieuw grootschalig project. Deze stukken zijn namelijk nog nooit eerder integraal opgenomen! Hiermee wordt bovendien een nieuw licht op de componist Guilmant geworpen, die bij ons immers voornamelijk bekend is door zijn acht orgelsonates. Tijdens het beluisteren van deze cd blijkt dat het beslist de moeite waard is, om onze aancht ook eens te vestigen op deze kleinere werken, waarin we kunnen genieten van vele prachtige momenten. De “Cantilène pastorale” wordt door Van Vliet bijzonder fraai en gevoelvol uitgevoerd, met een fraai solo-tongwerk (in de zwelkast) als uitkomende stem. Het “Prière en fa majeur” wordt ingetogen gespeeld op de strijkende registers. Het lichtvoetige en speelse “Scherzo” klinkt in de uitvoering van Herman van Vliet buitengewoon soepel en veerkrachtig. De bekende “Marche funèbre et Chant séraphique” wordt van het begin tot het eind op een boeiende wijze en met grote uitdrukkingskracht uitgevoerd. Van het uitbundige “Grand Choeur alla Handel”, één van de bekendste werken van Guilmant, maakt Van Vliet een waar feest. De afwisseling van bekende en minder bekende stukken maakt deze cd nog extra interessant, waardoor deze cd beslist een aanrader voor de liefhebber van Franse Romantiek is. We mogen de volgende volumes van deze serie met belangstelling tegemoetzien. Een goed geschreven booklet met enkele fraaie foto’s completeert het geheel. Hierin vinden we onder meer lezenswaardige informatie over de componist en zijn werken, alsmede de dispositie van het orgel. - N.a.v. "Alexandre Guilmant - Intégrale des Pièces dans différents styles - Vol. I", Cavaillé-Coll-orgel; Saint-Sernin te Toulouse (1888); Herman van vliet, orgel; Festivo 6961882. - [Drs. Ad van Pelt - januari 2006]

27. Evert van de Veen
Ter gelegenheid van zijn 25-jarig jubileum als organist nam Evert van de Veen, organist van de gereformeerde kerken in Voorthuizen en Nijkerk, in de Petrus en Pauluskerk te Oostende (België) een jubileum-cd op. Het is zonder meer een originele keuze om het drieklaviers Schyven-orgel (1907), dat in 2000 werd gerestaureerd en gereconstrueerd door Flentrop Orgelbouw, te gebruiken voor dit jubileum! Van de Veen speelt een voornamelijk Frans-romantisch programma. "Cantilène Pastorale" (opus 15) van Guilmant wordt mooi en rustig uitgevoerd, de landelijke sfeer van dit werk weet Van de Veen goed op te roepen. De bekende "Derde Sonate" (opus 56), eveneens van Guilmant, wordt op een indrukwekkende en diepzinnige wijze vertolkt. Van Salomé kunnen we genieten van een mooie, ingetogen uitvoering van de "Cantilène". De virtuoze "Toccata" van Renaud wordt meeslepend uitgevoerd. Het "Allegro vivace" uit de "Eerste Symfonie" van Vierne wordt virtuoos en met verve gespeeld. Ook van het "Pasticcio" van Langlais geeft Van de Veen een boeiende vertolking. Gelukkig ontbreekt de Nederlandse muziek niet. De cd begint en eindigt met een Nederlands werk, terwijl er ook één in het midden van het programma voorkomt. Op deze manier staan deze werken als "drie pijers" op het programma, waar de overige stukken omheen zijn gesitueerd. De cd begint met een overtuigende vertolking van de "Fantasie en Fuga over Psalm 72" van Jan Zwart. Dit korte werk, met een fraai fugatisch gedeelte, komt op dit romantische orgel goed uit verf. De "Symfonische Fantasie over Psalm 130" van Willem Hendrik Zwart, georiënteerd op de Franse Romantiek, wordt gevoelvol uitgevoerd. Tot besluit klinkt een eigen bewerking van de 41-jarige jubilaris: een vierdelige "Fantasie over: 'k wil U, o God, mijn dank betalen", knap geschreven volgens Frans-romantische compositietechnieken en overtuigend gespeeld! Evert van de Veen is er in geslaagd de talrijke mogelijkheden van het prachtige instrument te etaleren. Niet alleen de grondstemmen en de fraaie tongwerken, maar ook de goede opname en de prachtige akoestiek dragen in gunstige zin hun steentje bij tot het goede resultaat. Het cd-booklet is behoorlijk uitgebreid. We vinden erin een toelichting op de composities, een curriculum van de organist, een historisch overzicht van het orgel met de dispositie. Enkele fraaie foto's van de kerk, het orgel en de organist completeren het geheel. - N.a.v. "Evert van de Veen - 25 jaar organist; Schyven-orgel Petrus en Pauluskerk Oostende (België), Evert van de Veen, orgel; JQZ Muziekproducties; JQZ 98028-2. - [Drs. Ad van Pelt - 2005]

26. Rob van Efferink
Op deze cd wordt het fraaie J.H.H. Bätz-orgel (1765) van de Vredeskerk te Katwijk aan Zee bespeeld door Rob van Efferink, sedert 1972 vaste bespeler van dit instrument. Hij doet dat in een programma met overwegend bekende orgelwerken en improvisaties. Composities van Bach nemen op deze cd een prominente plaats in. Hiervan valt vooral de vertolking van het blijmoedige “Concerto in a, naar Antonio Vivaldi” (BWV 593) in positieve zin op. Naast een uitbundige uitvoering van het Preludium en fuga in a (BWV 543) horen we van deze componist nog drie bewerkingen van zeer bekende stukken: “Badinerie”, “Bist du bei mir” en “Arioso in F”. Verder klinken uit de barokperiode werken van Clarke (Trumpet Tune) en Händel (Basso Ostinato). Het lukt Van Efferink om alle klankmogelijkheden van zijn instrument in deze composities uitgebreid te etaleren. De heldere orgelregisters dragen in gunstige zin bij tot goede, transparante vertolkingen. In de galante periode, de bouwtijd van het Bätz-orgel, werd minder orgelmuziek gecomponeerd. Het is een goede zaak dat op deze cd tóch werken uit deze periode zijn opgenomen, namelijk werken van Daquin (Le Coucou), Boyce (Gavotte), Walond (Introduction and Toccata) en Haydn (één van de “Flötenuhrstücke” uit 1793). Het Bätz-orgel klinkt zonder meer op zijn best in werken uit de tweede helft van de achttiende eeuw. De romantiek is op deze cd vertegenwoordigd met de “Finale” uit de Eerste Sonate van Guilmant en de rustige koraalbewerking over “Uren, dagen, maanden, jaren” van Jan Zwart. Vooral dit laatste werk is een zeer goede keuze voor dit milde instrument. Voorts staan er op deze cd twee tamelijk uitgebreide improvisaties: eerst een boeiende improvisatie over “My haert will go on” uit de film “Titanic”, waarin de organist gedurfde harmonisaties niet schuwt. Tot besluit improviseert Van Efferink op enthousiaste wijze over het lied “Ga nu heen in vrede”. Het cd-booklet is tamelijk bescheiden gehouden. We vinden erin een bijdrage van de “Bätzcommissie Vredeskerk”, waarin onder meer staat dat de cd een vervolg is op volume 1 uit 1997. Verder vinden we een toelichting op de gespeelde werken, een curriculum van de organist, een historisch overzicht van het Bätzorgel, iets over de firma Bätz en tenslotte de dispositie. Een fraaie foto van het orgel en de organist completeren het geheel. - N.a.v. "Rob van Efferink speelt geliefde orgelwerken en improvisaties op het J.H.H. Bätz-orgel (1765) van de Vredeskerk te Katwijk aan Zee - Volume 2", Rob van Efferink, orgel; Contrapunctus Musicus VC 2513. - [Drs. Ad van Pelt - januari 2005]

25. Alexandre Guilmant
Op de nieuwste cd van Peter Eilander kunnen we naast de eerste twee orgelsonates van Alexandre Guilmant ook delen uit het “Repertoire des concerts du Trocadéro” beluisteren: werken die Guilmant zelf speelde gedurende zijn concerten op het Cavaillé-Coll-orgel in het “Palais du Trocadéro” te Parijs. De cd is het eerste deel van een reeks met de volledige orgelsonates en het “Repertoire des concerts” van Guilmant. Peter Eilander bespeelt twee orgels van Cavaillé-Coll, namelijk dat van de Madeleine te Parijs (1846) en de Saint Pierre te Lisieux (1874). Op zichzelf is het heel interessant om de orgelsonates te combineren met werken die Guilmant zelf uitvoerde. Op deze manier is de afwisseling groot en wordt er in zekere zin een nieuw licht op deze componist geworpen. We horen nu immers niet alleen zijn eigen werken, maar ook werken van anderen, op een manier waarop Guilmant deze muziek zelf uitvoerde. Het begin van het majestueuze openingsdeel van de “Eerste Sonate”, één van de bekendste werken van Guilmant, klinkt heel indrukwekkend. Het snelle deel dat hierop volgt wordt met verve vertolkt. In de teder uitgevoerde “Pastorale” kunnen we enkele prachtige solo-tongwerken beluisteren. De afsluitende briljante Toccata wordt bruisend gespeeld in een energiek tempo, waarbij alles toch duidelijk en helder over komt. De uitvoering van de “Tweede Sonate”, aanmerkelijk korter en minder bekend dan de “Eerste Sonate”, mag er ook zijn! Het eerste deel wordt opgewekt en enthousiast uitgevoerd. Het rustige tweede deel klinkt uiterst fragiel. Het laatste deel, een Scherzo, wordt veerkrachtig neergezet en vormt een energiek besluit van deze sonate. Verder kunnen we nog genieten van twee concerti van Handel en een lichtvoetige “Gavotte” van Martini. Deze werken speelt Eilander uiteraard geheel overeenkomstig de negentiende eeuwse stijl, waarbij de toegepaste registraties recht doen aan de voorschriften van Guilmant en prima zijn aangepast aan de beschikbare instrumenten en de akoestiek. De opnamen zijn perfect. Een goed geschreven booklet met fraaie foto’s completeert het geheel. Hierin vinden we onder meer lezenswaardige informatie over de componist en zijn werken. Naast de disposities vinden we ook relevante informatie over de orgels. Guilmant wordt in sommige kringen nogal eens ondergewaardeerd. Maar: het was toch niet voor niets dat hij aan het einde van de negentiende eeuw in een groot deel van Europa en de Verenigde Staten alom gewaardeerd werd? Met deze cd heeft Peter Eilander voorbeeldig bijgedragen aan het besef, dat ook wij veel waardering kunnen (gaan) koesteren voor Guilmant, een boeiende persoonlijkheid! - [n.a.v. “Alexandre Guilmant - l'Intégrale des Sonates pour Orgue; Repertoire des Concerts du Trocadéro”, Cavaillé-Coll-orgels; Madeleine te Parijs (1846); Saint Pierre te Lisieux (1874); Peter Eilander, orgel; Clairon CL 2104. - [Drs. Ad van Pelt - 4 oktober 2004] 

24. Leo van Doeselaar
Het Maarschalkerweerd-orgel van het Concertgebouw in Amsterdam (1888) is ongetwijfeld één van de mooiste zaalorgels van ons land. Leo van Doeselaar presenteert het instrument op deze cd met een origineel programma met werken die voor een vergelijkbaar zaalorgel zijn geschreven, namelijk het Cavaillé-Coll-orgel in het “Palais du Trocadéro” in Parijs. Dit orgel werd in 1878 in gebruik werd genomen met een serie concerten door beroemde organisten zoals Franck, Guilmant, Samuël de Lange jr., Lemmens, Saint-Saëns en Widor. Uit de programma’s van deze concerten stelde Van Doeselaar zijn programma samen. Om te beginnen horen we drie delen uit de Zesde Symfonie van Widor, speciaal geschreven voor diens concert in “Trocadéro”: eerst het monumentale Allegro, dat met zeggingskracht wordt uitgevoerd, het speelse Intermezzo en het melodieuze Cantabile, zangrijk en met gevoel voor expressie vertolkt. Het is geen bezwaar dat Van Doeselaar slechts drie delen uit deze symfonie speelt, omdat Widor dat indertijd ook deed. Daarna horen we twee werken van de Rotterdamse organist Samuël de Lange: een lichtvoetig Carillon en het middendeel uit de Fantasie en fuga over Psalm 66. Dit werk doet tussen al deze katholieke muziek misschien wat verwonderlijk aan, maar toch past het prima in het programma, omdat De Lange destijds ook behoorde tot de concertgevers in “Trocadéro”. Guilmant is vertegenwoordigd met zijn beroemde Grand Choeur alla Händel. Van Liszt horen we de Legende nr. 1 (uit: Deux Legendes), een stuk programmamuziek over de “Vogelprediking van Franciscus van Assisi”, dat destijds werd uitgevoerd door Saint-Saëns. De cd wordt besloten met de beroemde “Trois Pièces” van Franck die eveneens speciaal voor de inspelingsconcerten in “Trocadéro” zijn geschreven. Van Doeselaar speelt ze op een manier die iets toevoegt aan de vele opnamen die reeds van deze stukken zijn gemaakt, mede doordat hij gebruik maakt van verschillende registratieaanwijzingen voor het Trocadéro-orgel, die soms opmerkelijk verschillen van de registraties in de Durand-editie, de uitgave die doorgaans gebruikt wordt. Een sterke kant van deze cd is het feit dat er een boeiende vergelijking wordt gemaakt tussen het Trocadéro-orgel en het Concertgebouworgel, dat onmiskenbaar veel overeenkomsten met het Franse orgeltype vertoont. De opname is zeer fraai. De beroemde akoestiek van het Concertgebouw is uitstekend vastgelegd. Ook kleine details zijn duidelijk waarneembaar. Kortom: een unieke cd met een meerwaarde. Een cd met muziek die weliswaar níet specifiek voor het Concertgebouworgel, maar wel voor een vergelijkbaar orgel is geschreven. Muziek die bovendien voortreffelijk wordt vertolkt. - N.a.v. “Trocadéro”, Maarschalkerweerd-orgel; Concertgebouw Amsterdam; Leo van Doeselaar, orgel; Bloomline 03-083. - [Drs. Ad van Pelt - 2 februari 2004]

22. en 23. Guilmant in Maassluis en Brugge
Voor mij liggen twee cd’s met werken van Guilmant. Op het eerste schijfje, opgenomen op het beroemde Garrels-orgel in de Groote of Nieuwe Kerk te Maassluis, horen we de organist van dit orgel, Jaap Kroonenburg. Op de tweede cd, afkomstig uit de Sint Salvator Kathedraal te Brugge, horen we Ignace Michiels, die het moderne Klais-orgel in een historische kas bespeelt. Michiels studeerde orgel in Brugge en Brussel. In 1986 behaalde hij zijn einddiploma. Hij is werkzaam als orgeldocent aan het Conservatorium in Brugge en als organist van de Sint Salvatorkathedraal. Het was beslist de moeite waard om deze cd’s te vergelijken. Vooral omdat de Eerste Sonate (opus 42) op beide cd’s voorkomt, was dat goed mogelijk. Het viel meteen op dat de Belgische musicus in elk van drie delen van deze sonate heeft gekozen voor een aanmerkelijk hoger tempo dan de Nederlander. De hele sonate duurt bij Michiels minder dan 23 minuten, terwijl Kroonenburg er ruim 26 minuten voor nodig heeft. Ondanks het feit dat de versie van Michiels, door het correcte en virtuoze spel, veel bewondering afdwingt, heeft de uitvoering van Kroonenburg, door zijn waardigheid, rust en duidelijkheid zeker mijn voorkeur. Dit ondanks het feit dat Michiels wat betreft zijn gekozen tempi over het algemeen erg goed aansluit bij de originele tempi die in de partituur vermeld staan. Kroonenburg heeft er volkomen terecht voor gekozen om zijn tempi wat lager te nemen, mede als gevolg van de akoestiek van Groote Kerk. Deze keuze komt de duidelijkheid van zijn interpretatie beslist ten goede. Het eerste deel van de Eerste Sonate begint met een inleidend “Largo e maestoso”. Michiels kiest hier voor een brede en majestueuze uitvoering, terwijl Kroonenburg hier juist vrij snel van start gaat. In het daaropvolgende “Allegro”, dat begint met een lange pedaalsolo, blijft het tempo bij Kroonenburg aan de rustige kant. Michiels volgt hier de tempo-indicatie die in de partituur staat aangegeven weer nauwkeurig op. Hij slaagt er bovendien in dit tempo prachtig vast te houden, met als gevolg dat er vooral in het rustige middengedeelte van dit deel bij hem daardoor voldoende doorstroming is. Ook in het tweede deel, de “Pastorale”, kiest Michiels voor een prima tempo en een uitstekende registratie. Toch mist het soms een beetje de poëzie die Kroonenburg wél weet aan te brengen. Het Garrels-orgel is beslist verrassender dan het Klais-orgel dat wat minder kleur heeft en daardoor op den duur wat minder weet te boeien. Het derde deel, de virtuoze “Final”, wordt door Kroonenburg zeer overtuigend neergezet. Ondanks het feit dat het tempo van Michiels weer beter overeenkomt met het metronoomgetal in de partituur, is de uitvoering van Kroonenburg heel sprankelend. Bij Michiels gaat de muziek enigszins schuil achter een ondoordringbare notenbrij, terwijl de muziek bij Kroonenburg tot de laatste noot in voldoende mate spannend, helder en doorzichtig blijft. Het is uiteraard geen “wedstrijd”. Beide spelers hebben een uitstekende cd gemaakt. Voor de liefhebbers van een wat gevarieerder opgezette cd zou ik beslist de cd van Kroonenburg aanraden, diegenen die graag alle sonates van Guilmant op enkele schijfjes willen verzamelen, maken beslist geen slechte keuze door de cd van Michiels aan te schaffen, want het is beslist zeer fraai en muzikaal spel van deze Belgische musicus. Bovendien benadert het Klais-orgel de klank van de Cavaillé-Coll-orgels, waarop deze werken uiteraard goed uit de verf komen, heel goed. Het booklet is bij de cd van Michiels vrij beknopt. We vinden een levensbeschrijving van de componist en de organist, een tamelijk summiere bespreking van de gespeelde werken en tenslotte nog een dispositie van het Klais-orgel. De voorkant van het booklet wordt prachtig opgesierd met een foto van Guilmant achter een vierklaviers speeltafel. Het booklet bij de cd van Kroonenburg is veel uitvoeriger. Het begint met een beschrijving van de activiteiten van de orgelbouwer Pels, die het monumentale orgel in onderhoud heeft en een uitvoerige levensbeschrijving van Guilmant, met drie goede foto’s van de componist en een lezenswaardige opsomming van zijn belangrijkste composities. Daarna volgt een beschrijving van de uitgevoerde werken, voorzien van een ruime hoeveelheid gegevens. Een curriculum van de organist met een foto en uitvoerige documentatie over het Garrels-orgel, inclusief de dispositie en enkele prachtige foto’s. Michiels speelt op deze cd de 1e, 4e en 6e sonate. De cd heeft een speelduur van bijna 60 minuten. Kroonenburg heeft gekozen voor een bloemlezing uit het oeuvre van deze veelzijdige componist. Naast de sonate nr. 1 vinden we op deze cd nog negen andere werken, afkomstig uit verschillende bundels, onder meer uit de Pièces dans différents styles. Deze afwisselende composities maken zijn cd daarom tot een waardevolle aanwinst voor de liefhebber van Franse orgelliteratuur. De speelduur van de cd van Kroonenburg is bijna 74 minuten. - N.a.v. “Alexandre Guilmant – Sonatas for Organ, volume I”, Klais-orgel Sint Salvator Kathedraal Brugge; Ignace Michiels, orgel; Fugate 511001-2; “Jaap Kroonenburg speelt Alexandre Guilmant 1”, Garrels-orgel Maassluis; Jaap Kroonenburg, orgel; CD 1732.03.17 - [Drs. Ad van Pelt - 22 september 2003]

21. Vlaardingen
Het Leeflang-orgel van de gereformeerde gemeente in Vlaardingen bestaat 25 jaar. De orgelcommissie bracht daarom een cd uit waarop Dick den Engelsman het fraaie neobarokorgel van de Sionkerk bespeelt. Den Engelsman studeerde aan het Utrechts Conservatorium en was jarenlang organist van de Gereformeerde Gemeente te Capelle aan den IJssel. Het programma -dat uitsluitend bewerkingen over psalmen en gezangen bevat- is verdeeld in vijf blokken, die contrastrijk zijn opgebouwd met muziek uit verschillende stijlperiodes. Het eerste blok begint met “Wir glauben all an einen Gott, Schöpfer” (BWV 680) van Bach, uitgevoerd met een fraai plenum. Direct daarop volgt een koraalbewerking van Micheelsen: een werk dat op dit moderne instrument goed tot zijn recht komt. Het afwisselende programma gaat verder met een ingetogen bewerking van Telemann en een romantisch werk van William Thomas Best. Het tweede blok start met een fraaie uitvoering van “Wir glauben all al einen Gott, Vater” (BWV 740), toegeschreven aan Bach, maar mogelijk van de hand van diens leerling Krebs. Dan volgen twee werken van Hanff en Kauffmann, terwijl met een psalmbewerking van de Zwitser Gagnebin (1886-1977) weer een modern klankidioom aan bod komt. Het derde blok opent met stijlvolle uitvoeringen van “Psalm 116” van Sweelinck en “Psalm 24” van Speuy. Vervolgens wordt in de canonische bewerking over “God, enkel licht” van Jan Zwart het orgel weer in een milde, romantische klank gehuld. Bij het beluisteren van “Lobet den Herren” van Scheidemann, waarmee het vierde blok begint, was ik aangenaam verrast. Niet alleen over de compositie, maar vooral over interpretatie en registratie. Hieruit blijkt dat het Leeflang-orgel goed geschikt is voor de Noord-Duitse stijl. Het blok besluit met twee rustige variaties over “Psalm 140” van Den Engelsman zelf, werken die prima in de eredienst kunnen functioneren. Het laatste blok begint met de “Derde Sonate” van Mendelssohn-Bartholdy, waarvan vooral het “Andante tranquillo” zeer goed uit de verf komt. De cd wordt besloten met een verdienstelijke uitvoering van de “Ach bleib bei uns, Herr Jesu Christ”, uit de “Schübler Choräle” van Bach. In het booklet staat een waardevolle toelichting bij het programma, geschreven door drs. Ad Blonk. Verder de dispositie en een opgave van de gebruikte registraties, alsmede gegevens over de organist en het orgel, bovendien is dit alles voorzien van goede foto’s. - N.a.v. “25 jaar Leeflang orgel, 1977-2002, Sionkerk Gereformeerde Gemeente Vlaardingen; Dick den Engelsman, orgel; OGGV CD 1977.01.2 - [Drs. Ad van Pelt - 23 december 2002]

20. Jan de Jong
Op de cd "English Romantics" speelt Jan de Jong op het romantische Flaes-orgel (1863) in de Oostzijderkerk te Zaandam een programma met Engelse Romantiek, iets dat in ons land relatief weinig gebeurt. Bij het samenstellen van het programma heeft de Jong er rekening mee gehouden dat het voor een luisteraar niet eenvoudig is om geboeid te luisteren naar bijna 70 minuten orgelmuziek in één stijl. Bovendien heeft hij -om de stukken op het Hollandse orgel te kunnen uitvoeren- de orgelwerken soms aanzienlijk moeten ‘vertalen’. Iets waar hij goed in is geslaagd. De cd begint met een van de "Six Organ Pieces" van Frank Bridge: het "Allegro marziale", een sterk werk dat op een uitbundige wijze wordt gespeeld. Daarna horen we van Hubert Parry de bekende "Prelude on Rockingham" (over de melodie: "O kostbaar kruis, o wonder Gods") en vervolgens van Harold Darke een werk waarin veel verschillen in klankkleuren en dynamiek in gunstige zin bijdragen tot een klinkend resultaat. In de rustige "Elegy" van George Thomas Thalben-Ball laat vooral de subtiele registratie met tremulant aan het einde een diepe indruk achter. Het is meteen duidelijk dat Ralph Vaughan Williams een van de belangrijkste Engelse componisten van de twintigste eeuw was. Helaas heeft hij maar weinig orgelwerken geschreven. Fijn dat we op deze cd een van zijn composities aantreffen en dan nog wel in een zeer verdienstelijke uitvoering: de "Prelude on Rhosymedre". Aan de talentvolle componist Percy Whitlock is met zes werken op deze cd de meeste tijd toebedeeld. De bekende Folk Tune, uit "Five short pieces", wordt heel fraai gespeeld, evenals de beide "Hymn Preludes". Whitlock schreef mild en melodieus, was in staat om een grote spanningsboog aan te brengen en paste overwegend een gematigd modern klankidioom toe, dat past bij een componist die als enige componist van deze cd in de twintigste eeuw werd geboren. De muziek van Edward Bairstow is weer aanmerkelijk behoudender. Van hem horen we onder meer een fraaie uitvoering van de "Prelude" over het Adventslied "Veni Emmanuel". De cd wordt besloten met twee werken van Herbert Howells: het beroemde "Master Tallis’s Testament" en de derde van "Three Rhapsodies". Een stuk waar bravoure en durf voor nodig is. "English Romantics" is voor de liefhebbers van Engelse romantiek beslist een must. De muziek wordt gedegen en met groot respect voor het repertoire uitgevoerd. - N.a.v. "English Romantics"; Jan de Jong, Flaes-orgel te Zaandam; DDM 41011; - [Drs. Ad van Pelt - 6 juni 2002]

19. Vlissingen
De beide orgels van de Sint Jacobskerk te Vlissingen worden op de gelijknamige cd op een afwisselende wijze bespeeld door de vaste organist Jos Vogel. Het programma is evenwichtig opgebouwd rondom drie grote composities uit de Noord-Duitse orgelliteratuur. Daarnaast zijn de overige werken met een goed gevoel voor smaak en afwisseling gekozen en op het programma geplaatst. De cd begint met een bespeling van de beiaard van de Sint-Jacobstoren door beiaardier Henk G. van Putten in een prachtig Preludium uit een Luitsuite van Bach. Vervolgens horen we, gespeeld door Jos Vogel, het Praeambulum in E van Vincent Lübeck. Meteen wordt duidelijk dat het Flentrop-orgel -gebouwd in 1968, opnieuw geïntoneerd in 2000) goed geschikt is voor de vertolking van Noord-Duitse muziek. Niet alleen in de grote werken, maar ook in de kleine koraalbewerkingen van Hanff klinkt het orgel fraai, mede dankzij de gunstige opname. Naarmate de cd vordert, neemt de variatie allengs verder toe. Het Slooff-koororgel (gebouwd in 1971, in Vlissingen geplaatst en gewijzigd in 1998), komt heel verfrissend uit de verf in een lichtvoetige Sonate (uit opus 1) van de Zuid-Duitse componist Schnizer. Aangenaam verrast was ik met een deel uit een concert voor orgel en orkest van Haydn, uitgevoerd met het Brabantsch Muzyk Collegie, en ook met de twee duetten die verdienstelijk worden gezongen door de sopranen Gertruud en Lonne Smit en de alt Marja de Waard. De koraalfantasie over "Te Deum Laudamus" van Buxtehude heeft een centrale plaats op de cd. Het getuigt van moed dat Vogel de zelden gespeelde variaties over "Jesus Christus, unser Heiland" van Franz Tunder in het programma heeft opgenomen. Een heuse hommage aan twee Vlissingse organisten horen we vervolgens met een bewerking over het Valerius-lied "Wilt heden nu treden" van de in 1998 overleden Piet Broerse en het "Andante Religioso" van Simon Landsman. Fijn dat deze werken op de cd een plaats hebben gekregen. De cd eindigt zoals hij begonnen is: met beiaardspel van Henk G. van Putten, in een fraaie improvisatie over het Valerius-lied "Waar dat men zich al keert of wendt". Samenvattend kan worden gezegd dat deze cd zeer gevarieerd is, dat bekwame musici op fraaie instrumenten in een interessant programma brengen. Dit alles laat een overtuigende indruk achter, zodat het aanschaffen van deze uitgave beslist de moeite waard is. - N.a.v. "De orgels van de Sint Jacobskerk te Vlissingen"; Jos Vogel, orgel, Henk G. van Putten, beiaard, Brabantsch Muzyk Collegie, Gertruud en Lonne Smit, sopraan; Marja de Waard, alt; Stemra C8730 - [Drs. Ad van Pelt - 15 maart 2002]

18. Alblasserwaard 
Op de cd "Orgels in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, volume 1" zijn vijf instrumenten uit deze Zuid-Hollandse streek vastgelegd, een zeer lovenswaardig initiatief. Zes organisten bespelen de orgels. Uit de Vijfheerenlanden is op slechts één orgel opgenomen, namelijk dat van de hervormde kerk te Hei- en Boeicop. Op dit instrument -gebouwd in 1979 door de Belgische firma Verschueren in een historische kas- geven Henk van Egmond en Kees Geluk een uitvoering van een Preludium van Krebs, de koraalbewerking "Ich ruf zu dir" BWV 639 uit Bachs Orgelbüchlein en een afwisselende improvisatie over "Wat God doet, dat is welgedaan". De Alblasserwaard is met vier orgels vertegenwoordigd. André de Jager bespeelt het Meyer-orgel in de Grote Kerk te Alblasserdam (1881, gerestaureerd in 1982). Hij koos twee koraalvoorspelen van Walther ("Lobe den Herren") en Reger (uit opus 135a) uit. Zijn bewerking van het derde deel uit het Orgelconcert nr. 1 (uit opus 4) van Händel komt op dit instrument goed uit de verf. Het orgel in de hervormde kerk in Ameide werd in 1955 als tweemanualig orgel gebouwd door de Nederlandse firma Verschueren en in 1984 door de firma Slooff uitgebreid met een rugwerk. Dit fraaie instrument wordt voorbeeldig gedemonstreerd door de jonge organisten Kees Geluk en Chiel-Jan van Hofwegen, in een koraalvoorspel van Reger (ook uit opus 135a), de Tweede Sonate van Mendelssohn en een werk van de in 1948 geboren onbekende componist Felix Israel. Pels en van Leeuwen bouwden in 1972 in de hervormde kerk te Bleskensgraaf een tweeklavierinstrument in een historische kas. In 1998 volgde een herintonatie. Leo Terlouw, vaste bespeler van dit instrument, geeft een fraaie uitvoering van de afwisselende variaties over "Ontwaak, gij die slaapt" van Klaas Bolt en twee eigen psalmbewerkingen. Twee goed opgebouwde improvisaties over de Psalm 101 en 123 van Jan Bonefaas besluiten de cd. Hij bespeelt zijn 'eigen' orgel, gebouwd in 1761 door Bätz/Witte in de Grote Kerk te Gorinchem, in 1853 vergroot en in 1960 gerestaureerd. Samenvattend kan worden gezegd dat deze productie een afwisselend beeld geeft van het fraaie orgelbezit van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. Het booklet is goed verzorgd, biedt informatie over orgels en organisten en is voorzien van fraaie foto's. Wel had ik graag enige informatie over de uitgevoerde werken aangetroffen. - N.a.v. "Orgels in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, volume 1"; Jan Bonefaas, Henk van Egmond, Kees Geluk, Chiel-Jan van Hofwegen, André de Jager en Leo Terlouw, orgel; Jubal CD ZV 99223-2 - [Drs. Ad van Pelt - 14 januari 2002]

17. Everhard Zwart
Everhard Zwart verzorgde op 23 september van het vorig jaar een concert op het Van den Heuvel-orgel (1989) in de St. Eustache te Parijs, dat met 101 registers en 5 manualen het grootste orgel van Frankrijk is. Zijn verrichtingen staan op de cd "Live in Paris". De cd opent met een Ouverture van grootvader Jan Zwart. In dit feestelijke werk komen de bekende gezangen "Dankt, dankt nu allen God" en "Wilt heden nu treden" voor. Dan volgt een uitvoering van Bachs Fantasie en fuga in g, BWV 542. Vooral in de Fantasie bereikt Everhard Zwart een uitstekend resultaat, maar ook in de fuga slaagt hij erin om de eenheid te bewaren en lukt het hem om een respectabele vertolking van dit omvangrijke werk neer te zetten, waarin het Van den Heuvel-orgel bovendien gunstig klinkt. Dit laatste geldt ook voor de Paraphrase over Psalm 137 van Léonce de Saint-Martin, die van 1937 tot 1954 organist van de Nôtre Dame te Parijs was. De vier delen van dit gedegen stuk programmamuziek volgen de tekst van de psalm op de voet. We horen het "Treuren der Israëlieten tijdens de ballingschap", een "Klaagzang bij de herinnering aan Jeruzalem", "Het trotse Babel" en ten slotte de "Vervloeking van de Israëlieten over hun overwinnaars". Prachtig dat het werk afsluit met een gebed om vrede voor Jeruzalem. Zwart vervolgt met een virtuoze uitvoering van de "First Sonata" van de Amerikaanse componist René Louis Becker, die van 1930 tot 1956 organist te Detroit was. Willem Hendrik Zwart ontdekte dit werk tijdens een Amerikaanse tournee. Het is gecomponeerd in de Frans-romantische stijl van Guilmant, Widor en Vierne. De vijf delen volgen de opzet van een orgelsymfonie: een "Praeludium festivum", een melodieuze "Dialogue", een lichtvoetig "Scherzo", een ingetogen "Prayer" en tenslotte een heuse "Toccata". Het stuk doet meermalen denken aan Widor, maar uiteraard is een eigen geluid duidelijk in dit orgelwerk aanwezig. De cd wordt besloten met twee voorbeelden uit de 'school' van Jan Zwart: de bekende "Fantasie Psalm 42" van Feike Asma en de "Toccata Psalm 146" van Jan Zwart. Fijn dat dit bekende repertoire met minder bekende werken is gecombineerd. Samenvattend: een cd met boeiende muziek, op een prima wijze uitgevoerd door een uitstekend organist en goed opgenomen op een fraai symfonisch orgel. In het booklet vinden we relevante informatie over de composities en een aantal mooie foto's. Een uitgebreide dispositie van het orgel completeert het geheel. - N.a.v. "Live in Paris"; Everhard Zwart; van den Heuvel-orgel; St. Eustache te Parijs; JQZ Muziekproducties; JQZ 98007-2 - [Drs. J.A. van Pelt - 13 november 2000]

16. Cor van Wageningen
Een cd met orgelwerken uit de tweede helft van de 19e eeuw wordt niet vaak gemaakt. Wat dat betreft voorziet Cor van Wageningen met de cd "Choralfantasien 1850-1895" in een leemte. Op de cd staan uitsluitend romantische koraalfantasieën en koraalvoorspelen, opgenomen op het Kam & Van der Meulenorgel in de Grote Kerk te Dordrecht (1859). De cd begint met één van de drie grote koraalfantasieën van Johann Gottlieb Töpfer: de ééndelige koraalfantasie over "Jesu, meine Freude". We horen in dit werk duidelijk overeenkomsten met de composities van Mendelssohn, Liszt en Reger, maar daarnaast bevat de muziek toch ook vele vernieuwende passages. Na de korte inleiding volgt een reeks variaties over het koraal en het werk wordt besloten met een fuga. Aan het slot van de fuga keert het koraalthema nog even terug, zoals dat ook wel gedaan werd door Mendelssohn. De registratie en ook de klankkleur van het Kam-orgel laten deze muziek ook goed uit de verf komen. De opname is mooi ruimtelijk. Het orgelspel van Cor van Wageningen doet zonder meer recht aan deze muziek. Heinrich von Herzogenberg schreef zijn koraalfantasieën en koraalvoorspelen volgens vertrouwde, klassieke vormen. Vooral in de koraalfantasie over "Nun komm der Heiden Heiland", maar ook in de fuga aan het einde van de koraalfantasie over "Nun danket alle Gott", stijgt de kwaliteit van de composities op tot grote hoogten. De interpretatie van Cor van Wageningen sluit daar goed bij aan. Van Heinrich Reimann horen we tenslotte de koraalfantasie over "Wie schön leuchtet der Morgenstern". Naast de voor zijn tijd kenmerkende opbouw (inleiding, variaties en fuga) begaat de componist in dit werk beslist geen platgetreden paden, maar brengt hij tal van vernieuwende elementen aan. Wat dat betreft is hij zijn tijd ver vooruit. Niet alleen in zijn harmoniek, maar ook in zijn vormbehandeling toont hij zich met zijn werken een wegbereider van Reger. De indrukwekkende fuga is zonder twijfel een compositorisch hoogstandje. Het keurig verzorgde cd-boekje bevat een lezenswaardige toelichting over de gespeelde werken. Daarnaast vinden we er een beschrijving van het orgel, een curriculum van de concertgever en een aantal goede foto's. Al met al is dit een cd met een interessant programma, met onbekend repertoire, in een zeer goede opname en een uitstekende vertolking. - N.a.v. "Choralfantasien, 1850-1895"; Cor van Wageningen; Kam & Van der Meulenorgel Grote Kerk te Dordrecht; Toccata Records; TRR 9901. - [Drs. J.A. van Pelt - 15 augustus 2000]

15. Gijs van Schoonhoven
Het Lambertus van Dam-orgel (1892) in de Grote Kerk te Enschede (41 stemmen, drie klavieren) werd in 1997 door de firma Flentrop gerestaureerd. Adviseur was Jan Jongepier. Op deze cd presenteert Gijs van Schoonhoven, stadsorganist te Enschede, het resultaat met werk van Maichelbeck, Mendelssohn, Richter en Liszt. Franz Anton Maichelbeck, die evenals Bach in 1750 overleed en wat dat betreft dit jaar dus extra in de belangstelling komt te staan, is vertegenwoordigd met "Sonata Quarta", afkomstig uit zijn bundel met acht sonates, die "voor klavier" zijn geschreven. Blijkens het voorwoord van de componist zijn deze stukken, behalve op de piano, met name goed uitvoerbaar op het orgel. Het werk bestaat uit een suite met zes lichtvoetige deeltjes. Dan volgen vier werken van Felix Mendelssohn-Bartholdy, namelijk het minder bekende jeugdwerk "Preludium in d-moll" (1820) en drie werken uit de late levensfase van de componist (1844). In het zachte en melodieuze "Thema mit Variationen" komen de fraaie grondstemmen van het Van Dam-orgel goed tot hun recht. Het pianistische en virtuoze eerste deel van het "Allegr­o in B-dur" komt op dit romantisch klinkende instrument goed uit de verf. Twee koraalbewerkingen van Ernst Friedrich Richter volgen, waarvan vooral "Straf mich nicht" zangrijk en met veel gevoel wordt uitgevoerd. In "Ermuntre dich" horen we de Cornet als uitkomende stem, afgewisseld met een fraai tongwerk. In de "Fantasie und Fuge" van Richter is vooral de combinatie Vox Celeste en Viola di gamba het vermelden waard. De fuga, een compositorisch hoogstandje, wordt met stuwkracht tot klinken gebracht. In het boeiende werk "Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen" van Franz Liszt blijkt het Van Dam-orgel over vele klankkleuren te beschikken, waarbij Gijs van Schoonhoven smaakvol gebruikmaakt van de zwelkast. Resumerend: we hebben hier te doen met een cd die zowel voor "Liebhaber" als voor "Lernenden" interessant is, waarop uitstekend orgelspel te beluisteren is. ­Ik ervaar het als een klein gemis, dat er geen registratieaanduidingen in het fraaie booklet zijn opgenomen, waarin we gelukkig wel een goede toelichting van de composities vinden, naast de dispositie en uitstekende foto's van het orgel. - N.a.v. "Lambertus van Dam-orgel, Grote Kerk Enschede"; Gijs van Schoonhoven; Contrapunctus Musicus VC 2477. - [Drs. J.A. van Pelt - 17 januari 2000]

Periode 1990-2000:    Recensies uit de periode voor 2000

Periode 2000-2010:     Recensies uit de periode 2000-2010

Periode na 2010:      Recensies uit de periode na 2010

...